fbpx
Zoeken
Zoek binnen Karakters

Diane Cook

"Zelfs van de boom die in je tuin groeit kan je zo veel leren over het ecosysteem." Gesprek door Silke Currinckx Foto: Katherine Rondina

Er is een groot verschil tussen dystopische romans en romans over de toekomst, dat benadrukt Diane Cook meermaals tijdens ons gesprek. Een dystopische roman gaat over rampen en plotse gebeurtenissen die de toekomst van de aarde drastisch veranderen. Voorbeelden hiervan zijn een nucleaire ramp, aliens, een verwoestend virus. De nieuwe wildernis daarentegen is een roman over de toekomst; het toont de lezer wat er met de aarde kan gebeuren als we de klimaatverandering niet tegenhouden. De steden zijn zo vervuild dat een groepje mensen – het Collectief – gedwongen wordt om te verhuizen naar de wildernis. Hun doel is om de weinige natuur die nog overblijft te beschermen en een bijdrage te leveren aan de wetenschap. Het boek gaat over de relatie tussen Bea en haar dochter Agnes, en hoe deze verandert door een langdurig verblijf in de wildernis. Met haar debuutroman schetst Diane Cook een grimmig beeld van de toekomst op onze aarde, al is er ook ruimte voor hoop.

De nieuwe wildernis is het romandebuut van Diane Cook, maar zijzelf is allesbehalve een debutant. Voordat ze zich ontpopte als romanschrijver werkte ze als producer bij de wereldberoemde podcast This American Life. Haar verhalen verschenen reeds in verschillende tijdschriften, en ook haar kortverhalenbundel Mens vs. Natuur deed het goed. Daarnaast geeft ze ook lessen creatief schrijven aan de universiteit van Michigan.

Karakters: Proficiat met je plaats op de shortlist van de Booker Prize! Had je verwacht dat je debuutroman meteen zo een succes zou zijn?

Diane Cook: Allesbehalve. Ik wist natuurlijk dat er een kans bestond aangezien mijn uitgever De nieuwe wildernis had ingediend, maar ik had echt niet verwacht dat ik gekozen zou worden. Ik dacht: ‘Ik kan maar proberen’, ik had toch niets te verliezen. Ik ben wel heel dankbaar natuurlijk, want zonder die shortlist had mijn boek nooit zo veel media-aandacht gekregen. Omdat ik het publiceerde middenin de pandemie, dacht ik dat het wat onder de radar zou blijven. Wie wil er nu zijn aandacht geven aan boeken wanneer de wereld op zijn kop staat?

De nieuwe wildernis behandelt natuurlijk wel actuele thema’s als de klimaatcrisis. Het leest wat als een subversie van de klassieke avonturenromans à la Robinson Crusoë van Daniel Defoe.

Dat klopt, ik wilde echt breken met het geromantiseerde beeld van de avonturier. De klassieke held in verhalen als Robinson Crusoë is een man die plaatsen ‘ontdekt’ en zo in contact komt met het sublieme. Het is de typische koloniale fantasie, waarbij de mens zijn macht uitoefent over de natuur. Terwijl ik het boek schreef, dacht ik veel na over de figuur van de held. De twee hoofdpersonages in mijn boek zijn vrouwen, een moeder en een dochter, wat al meteen afwijkt van de klassieke held. Zij zijn de helden van mijn boek, maar natuurlijk ziet hun heldenverhaal er iets anders uit. Ik ben tot het besef gekomen dat de fantasie van mannen me niet meer interesseert in verhalen, daar is al genoeg over geschreven. In plaats daarvan wilde ik het verhaal van deze twee vrouwen volgen, en zien wat zij me konden leren.

‘Ik denk dat ik wilde bewijzen aan mezelf dat een gecompliceerde liefde tussen kind en ouder even rijk en betekenisvol kan zijn als de liefde die enkel in verhalen bestaat.’

En wat hebben ze je geleerd?

Het klinkt cliché, maar Bea en Agnes hebben me veel bijgeleerd over liefde. Het is een verhaal over moeders en dochters, en die liefde wordt vaak op een geïdealiseerde manier voorgesteld in verhalen. De ideale moeder doet alles voor haar kinderen en schuift haar eigen verlangens volledig aan de kant. Maar in de realiteit is het vaak complexer en botsen verlangens met elkaar. Bea en Agnes zijn geen makkelijke personen, ze zijn netelig en hard. Vaak begrijpen ze elkaar niet of botsen ze, maar dit maakt hun liefde niet minder echt. Ik denk dat ik wilde bewijzen aan mezelf dat een gecompliceerde liefde tussen kind en ouder even rijk en betekenisvol kan zijn als de liefde die enkel in verhalen bestaat.

In die zin is De nieuwe wildernis ook een subversie van moederschap. De maatschappij verwacht van moeders dat ze alles opgeven voor hun kind. En dat doet Bea ook, ze maakt één van de meest extreme opofferingen door naar de wildernis te verhuizen voor haar dochter. Ze laat haar hele leven in de stad achter, en men verwacht dat ze zich schikt in haar lot. Maar Bea is niet tevreden, ze verwachtte andere dingen van het leven en heeft haar eigen doelen opgegeven voor haar kind. Ik begon dit boek te schrijven toen ik zelf nog geen kinderen had, en nu heb ik er twee. Daarbovenop is mijn eigen moeder ook gestorven terwijl ik dit boek schreef. Dat zorgde ervoor dat mijn visie op de moeder-dochterrelatie verschoof tijdens het schrijven. Op dit moment in mijn leven begrijp ik zowel de positie van de moeder als die van de dochter, wat me meer empathie gaf voor de personages. Het is makkelijk om Bea als egoïstisch te beschouwen vanwege de keuzes die ze maakt, en sommige mensen met wie ik hierover praatte konden inderdaad geen empathie voor haar opbrengen. Ik denk dat de manier waarop lezers Bea en Agnes interpreteren afhankelijk is van hoe zijzelf de wereld zien. Als je bepaalde verwachtingen over moederschap hebt, gaat Bea deze niet kunnen inlossen en is ze de slechterik.

Hetzelfde geldt voor Agnes. Voor mij is zij de echte heldin van het verhaal, maar sommige lezers zagen haar als verwend en ondankbaar. Maar misschien is dat ook gewoon hoe kinderen soms zijn, dat kan je hen niet kwalijk nemen.

In tegenstelling tot haar moeder is Agnes wél opgegroeid in de nieuwe wildernis. Hierdoor voelt ze meer connectie met dieren dan met mensen, en soms lijkt ze zich zelfs op de grens tussen mens en dier te begeven.

Je ziet de connectie die Agnes heeft met de wildernis ook terug in haar relatie met Bea. Vaak begrijpen ze elkaar niet, omdat Bea een leven in de stad gewend is dat Agnes nooit heeft gekend. Als ze in de stad waren gebleven, was Agnes gewoon een klein meisje geweest, maar in de wildernis werd ze geforceerd om snel zelfstandig te worden. Ik vond het interessant om beide versies van Agnes naast elkaar te plaatsen, wie ze is en wie ze had kunnen zijn. Ze is inderdaad heel dierlijk, maar tegelijk is ze een authentieker mens dan velen.

Bij het lezen van je natuurbeschrijvingen besefte ik des te meer hoe losgekoppeld van de natuur we zijn in het Westen.

Inderdaad, wij zouden geen week overleven in de wildernis. Zelf ben ik opgegroeid in een buitenwijk in Amerika, in een typische middenklasse buurt. Maar omdat ik in een wijk woonde die nog in opbouw was, had ik wel toegang tot grote lege velden, zo ver als ik kon kijken. Zelf woon ik met mijn familie in Brooklyn, en als ik zie hoe alles hier volgebouwd is, besefte ik dat dat een privilege was. Als kind bevond ik me op een liminale plaats tussen beschaving en wildernis. Met wildernis bedoel ik niet dat het er gevaarlijk of onbewoond was, het was simpelweg een lege vlakte. Maar zelfs dat kleine beetje natuur gaat mijn dochter niet kennen door in de stad op te groeien. Ik wil mijn dochter wel leren om nieuwsgierig te zijn over de wereld rondom zich, of dat nu een mooi landschap of slechts een park is. Zelfs van de boom die in je tuin groeit kan je zo veel leren over het ecosysteem.

De wildernis die je beschrijft is ook een grote lege plaats, met landschappen die zich zo ver uitstrekken dat je het einde niet kan zien.

Dat gevoel van oneindige ruimte roept avontuur op, maar het avontuur is niet altijd even fijn. Soms moeten de bewoners van het Collectief wekenlang wandelen zonder uitzicht op een rustpunt, wat het een tamelijk doelloos avontuur maakt. Ik denk dat we als samenleving in de toekomst ook inventiever zullen moeten zijn om onze wereld leefbaar te maken. Je voelt dat de wereld aan het veranderen is, niet abrupt maar heel geleidelijk. De wereld ziet er al zo anders uit dan toen ik een kind was, en dat verbaast me, want als kind dacht ik dat de wereld voorgoed hetzelfde zou blijven. Maar nu zijn we op een punt gekomen dat de verandering niet meer te ontkennen valt, en het voelt als een slag in het gezicht.

Ik ben zelf een tamelijk geprivilegieerde Amerikaanse vrouw die in één van de grootste steden ter wereld woont, en zelfs mensen als ik voelen het. Dat is het tragische aan klimaatverandering: mensen worden zich er pas bewust van wanneer het ook de meest geprivilegieerde klassen raakt. Bosbranden en overstromingen gebeuren al jarenlang over heel de wereld, maar pas de laatste jaren gebeurt het steeds vaker in Amerika en West-Europa. De mensen waarover ik schrijf in De nieuwe wildernis verschillen niet zo veel van ons. Het zijn geprivilegieerde mensen die geen andere uitweg meer zagen dan naar de wildernis te verhuizen. We horen dagelijks verhalen over vluchtelingen in het nieuws, maar het is te ver van ons bed om er écht om te geven. Ik wilde net schrijven over die mensen die niet geaffecteerd werden door klimaatverandering, tot ze er ineens wél slachtoffer van worden en drastische maatregelen moeten nemen.

‘Ik hou ervan om over groepen en hun dynamieken te schrijven, net omdat het zo ingaat tegen mijn eigen intuïtie.’

Als De nieuwe wildernis één ding aantoont, is het wel dat we allemaal geaffecteerd worden, en dat om te overleven groepen veel belangrijker zijn dan individuen.

Ik hou ervan om over groepen en hun dynamieken te schrijven, net omdat het zo ingaat tegen mijn eigen intuïtie. Mens vs. Natuur, mijn bundel kortverhalen, gaat helemaal over die spanning tussen individu en collectief. Ik geloof graag dat ik een onafhankelijk individu ben, iemand die niemand nodig heeft. Dan stel ik me voor dat ik zou verdwijnen uit de maatschappij om in een bos te leven, en dat ik perfect gelukkig zou zijn. Diep vanbinnen weet ik dat ik andere mensen nodig heb, maar ik koester dat geromantiseerde beeld van eenzaamheid wel. Een uitdaging bij het schrijven van dit boek was om mijn ideeën rond individualiteit los te laten. Het eerste dat je moet afgooien in de wildernis is het idee dat je onafhankelijk bent, anders overleef je het niet.

Iets anders dat het Collectief moet opgeven is hun privacy; ze worden geforceerd om zelfs de meest intieme dingen samen te doen.

Volgens mij is privacy één van de eerste dingen die zou verdwijnen in de wildernis. We zijn er zo aan gehecht, maar het is volledig cultureel bepaald, dieren geven er niet om. Toen ik net begon te schrijven lag mijn focus nog meer op Bea en hoe zij omging met het gebrek aan tijd alleen in de wildernis. Later is die focus weggevallen, want na een aantal jaar in de wildernis weet niemand nog wat privacy betekent. Ik vind het interessant hoe we als samenleving geëvolueerd zijn tot het punt waar iets als seks hebben in een aparte ruimte met de deur op slot zo normaal is. Als schrijver heb ik de vrijheid om na te denken over die evoluties, en me af te vragen hoe de dingen anders hadden kunnen lopen. Welke beslissingen hebben we collectief gemaakt, en kunnen we nog terug? Wat als we nooit gesetteld waren, als we nomadisch waren blijven leven? Misschien waren we dan wel gelukkiger geweest, misschien had de toekomst er dan rooskleuriger uit gezien. Natuurlijk kunnen we niet terug, we kunnen enkel verder, maar ik denk wel vaak na over die dingen.

Koester je zelf een verlangen naar een meer primitief leven?

Ja en nee. Ik heb de fantasie wel, maar ik besef dat het slechts een fantasie is. In praktijk weet ik dat het ongelofelijk hard zou zijn en dat ik waarschijnlijk zou sterven zonder de bescherming van het moderne leven. Maar ik hou wel van de stadia daartussenin. Ik heb bijvoorbeeld lang les gegeven op een zomerprogramma. Elke zomer gingen we schrijven in de natuur. We gaven les en lazen samen teksten, maar we kookten en sliepen ook samen, en technologie was niet toegelaten. Toen ik zelf student was in het programma, waren er nog geen gsm’s, en e-mail was nog maar net uitgevonden, maar toch voelde het als een welkome ontsnapping van mijn dagelijkse leven. De studenten die nu het programma volgen geven veel meer op. Twee maanden leven zonder telefoon, internet of sociale media is enorm radicaal nu, veel radicaler dan het twintig jaar geleden was.

De leden van het Collectief ontsnappen uit de Stad naar de wildernis, maar als lezer krijg je de stad zelf nooit te zien. Hoe stelde jij je die stad voor?

Aangezien het verhaal zich in de toekomst afspeelt is het natuurlijk altijd speculatief. Ik stelde me voor dat de Stad is wat onze wereld kan worden als er nu niets verandert, het zou het Brooklyn kunnen zijn in de niet zo verre toekomst. Hoe zou de wereld eruit zien als we gewoon verder doen?

Ik denk zelf dat er steeds minder bewoonbare oppervlakte zal zijn. Deels door overbevolking, maar ook door natuurrampen die bepaalde delen van de wereld onbewoonbaar maken. Hierdoor moeten we steeds dichter op elkaar leven, wat zorgt voor een enorme luchtvervuiling in de leefbare delen. Tegelijk hield ik de beschrijvingen van de Stad bewust wat vaag, want mensen hebben verschillende drempels voor wanneer het te veel wordt. Voor sommige mensen is een vervuilde stad onleefbaar genoeg, voor anderen moeten de ratten letterlijk over de grond kruipen om te willen vluchten.

De personages waarover ik schrijf zijn een soort pioniers, ze verlaten de Stad voor het te erg wordt. Het concept van de pionier is heel geladen in Amerikaanse cultuur. Pioniers waren de mensen die steeds verder naar het Westen trokken, die zochten naar nieuwe kansen en daarbij lokale bevolkingen verdreven. Ook de leden van het Collectief zijn pioniers, ze hebben allemaal hun eigen drempel bereikt waarop het hen te veel werd. Voor mij is De nieuwe wildernis geen dystopisch boek, het is een boek over de toekomst. Er is geen nucleaire explosie of natuurramp die de wereld onleefbaar maakt, het is de schuld van ons allemaal omdat we gewoon verder deden. De Stad heeft nog steeds een democratie en mensen gaan nog steeds werken, maar het wordt gradueel slechter.

Misschien zijn die graduele veranderingen net enger, want mensen passen zich aan aan hun nieuwe leven alsof het niets is.

Volgens mij is de flexibiliteit van mensen hun grootste kracht, maar het is inderdaad ook eng. Hoeveel schade we kunnen aanrichten als we gewoon meegaan met de stroom. En zelfs na een echte ramp zoals de pandemie gaan we toch gewoon verder, we baggeren door. Soms vraag ik me af wat we nu eigenlijk geleerd hebben uit de pandemie. Nu alles weer opent, gaat iedereen gewoon door, maar moeten we niet even stilstaan en reflecteren over wat dit betekent? Misschien is de nood om steeds vooruit te gaan wel één van de grootste menselijke gebreken. We zijn te goed in bewegen, en niet goed genoeg in stilstaan.

Zoals Blaise Pascal ooit schreef: ‘Alle ellende van de mensen heeft maar één oorzaak, namelijk dat zij niet in staat zijn rustig in een kamer te blijven.’

Exact! Vroeger was ik daar zo goed in. Ik kon me de hele dag opsluiten met mijn gedachten en perfect tevreden zijn, maar ik denk dat technologie dat wat verpest heeft voor me (lacht). Als ik alleen ben met mijn gedachten heb ik het gevoel alsof ik een heel universum in me heb, ik kan me alles inbeelden wat mijn gedachten me aanreiken. En als schrijver probeer ik dat universum weer op papier te zetten, dus misschien zou Blaise Pascal wel tevreden over me zijn.

Meer weten en lezen over Diane Cook?

Diane Cook debuteerde in 2015 met de verhalenbundel Mens vs. Natuur. De bundel, die in het Nederlands verscheen bij Meridiaan, werd toen meteen genomineerd voor de Guardian First Book Award, de Believer Book Award, en de Los Angeles Times Book Prize Art Seidenbaum Award for First Fiction.

Ook schreef ze diverse verhalen voor gerenommeerde tijdschriften als Harper’s Magazine, Zoetrope, Tin House en Granta. Het verhaal dat ze schreef voor Harper’s Bazaar, ‘Bounty‘, kan je hier volledig lezen. Het verhaal dat werd gepubliceerd in Granta, ‘The Mast Year‘, is dan weer hier te lezen.

Wie geïnteresseerd is in avonturenromans, zoals het in het interview aangehaald Robinson Crusoë van Daniel Defoe, kan altijd dit lijstje bekijken waarin we de belangrijkste avonturenromans van de afgelopen eeuw bijeen hebben gebracht.