Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Daan Heerma van Voss

'Sociale media versterken het ideaalbeeld van liefde enorm' Gesprek door Lotte Krakers Foto's: Martijn van Gelder

Daan Heerma van Voss (1986) gelooft nog steeds in de liefde. Dat romantiek in het narcistische tijdperk van nu ook mogelijk is – ‘jonge mensen willen het echt wel’ – beschrijft hij in zijn nieuwe roman Noem het liefde, die 16 mei bij De Bezige Bij verscheen.



In zijn vijf eerdere romans, waaronder Een zondagsman (2010), Het land 32 (2014) en De laatste oorlog (2016), verkent Heerma van Voss thema’s als geheugenverlies, oorlog en racisme. In zijn nieuwste werk onderzoekt hij de hedendaagse liefde. Hoe is het om anno 2018 van iemand te houden? Niet altijd makkelijk, zo blijkt. Het boek vertelt het verhaal van de dertiger Tomas, die een liefdesrelatie aangaat met A., een achttienjarig meisje. Tomas kan maar niet wennen aan haar egoïstische grillen, afgewisseld met momenten van twijfels en onzekerheid. De twee hebben elkaar lief, maar desondanks is hun relatie problematisch.

Karakters: De hoofdpersonen uit Noem het liefde slagen er ondanks hun liefde voor elkaar maar niet in een stabiele relatie te onderhouden. Waar ligt dat aan?



Daan Heerma van Voss: Hoewel liefde voor hen beiden extreem belangrijk is, begrijpen Tomas en het meisje A. steeds minder wat het precies is. Dat geldt niet alleen voor mijn personages, maar wat mij betreft voor veel twintigers en vroege dertigers. Ze weten niet meer wat ze voor liefde moeten doen, wat ze ervoor moeten laten, wat ze ervoor moeten opofferen. Er bestaat vandaag de dag in de liefde het idee dat je ergens recht op hebt, het liefst op perfectie. Sociale media versterken dat ideaalbeeld van liefde enorm: jongeren worden alleen maar blootgesteld aan de hoogtepunten van liefdesrelaties, terwijl de dieptepunten en alle vage tussenvormen van liefde ontbreken. Ik denk dat heel veel mensen nu worden lekkergemaakt met dingen die eigenlijk niks met liefde te maken hebben.

Was het je bedoeling jonge mensen met dit boek een spiegel voor te houden?



Ik wil niemand terechtwijzen: ik denk ook niet dat een roman daar het juiste middel voor is. Wel hoop ik te kunnen laten zien dat de huidige jongeren – de millennials – geen oppervlakkige generatie zijn. Ze proberen te geloven in de liefde, maar hebben zulke andere leerscholen gehad dan hun voorgangers. Het is een gevolg van hun tijd dat mensen zo zoekende zijn, maar jonge mensen zijn absoluut niet minder romantisch geworden. Dat is een tragisch maar ook een interessant uitgangspunt voor een liefdesverhaal.



Reken je jezelf tot een bepaalde generatie?



Technisch gezien val ik ook onder de millennials. Deels klopt dat beeld, deels ook niet. Ik voel wel dat ik deel uitmaak van een literaire generatie. Toen ik begon had ik het idee een eenling te zijn, maar inmiddels zie ik de jonge auteurs die rond 2010 begonnen, zoals Hanna Bervoets, Maartje Wortel en Philip Huff wel als een groep. Los van leeftijd weet ik niet precies wat ons bindt – misschien het feit dat we plotseling als groep jonge schrijvers serieus werden genomen. Ik probeer daar niet al te veel over na te denken: voor je het weet ga je een boek schrijven waarvan je denkt dat je het zou moeten schrijven terwijl je het eigenlijk helemaal niet wilt.



Voelde het wel als noodzaak om dit boek te schrijven?



Ja, dit was noodzakelijk, omdat dit begon met een echte relatie die ik had die stukging rond 2012. Ik heb daar toen heel veel over opgeschreven, veel losse flarden en notities, maar nooit met het idee dat ik ze ooit zou gebruiken. Ik schreef andere boeken, maar liefde bleef een terugkerend thema. Ik had sterk het gevoel dat ik terug moest gaan naar die notities, om daar een roman uit te halen. Dat was best lastig. Normaal heb ik een idee wat ik wil schrijven, dat vul ik dan in. Het bleek ook confronterend die notities terug te lezen, ze waren immers ooit gemaakt om wat er aan liefde was vast te houden. Inmiddels staat het ver af van wie ik ben en wie zij is. 


Het personage Tomas probeert bij wijze van een experiment zijn relatie met het meisje A. zo waarheidsgetrouw mogelijk vast te leggen. Hij beschrijft – net als jij persoonlijk deed – alle fases van hun relatie. Denk je dat zo’n experiment kan slagen?



Het is mooi dat Tomas dat probeert, als experiment. Hij komt erachter dat het niet kan. Uiteindelijk maakt hij er toch weer een ander verhaal van, het wordt alsmaar meer zijn eigen geschiedenis. Herinneringen zijn wat dat betreft verraderlijk. Het is interessant hoe herinneringen aan relaties met de tijd kunnen veranderen: als je op dit moment een verbroken relatie herinterpreteert is het verleidelijk om te zeggen dat je altijd al wist dat het nooit zou werken. Dat zelfbeschermingsmechanisme van het geheugen is pijnlijk, maar ook mooi. Mensen herzien hun herinneringen voortdurend en na een tijdje veranderen die aanpassingen in waarheden. Daar is niks ergs aan. 


Over herinneringen gesproken: tijdens de Nationale Dodenherdenking sprak je in de Amsterdamse Nieuwe Kerk over vergetelheid. Zien we dit thema terug in Noem het liefde?



Ja, dat komt eigenlijk in al mijn werk terug, maar in dit boek op een andere manier. Tomas heeft de angst dat het meisje A. de dingen die zij met z’n tweeën hebben meegemaakt vergeet en dat hij de enige is die over die herinneringen waakt. Wat betekenen die herinneringen dan nog, en wat betekent liefde als je die vergeet? Het personage A. is niet bang om vergeten te worden, maar om onopgemerkt te blijven. Zij wil eigenlijk een ster worden, hoe maakt niet uit. Op gegeven moment noemt ze ook dat ze ‘de stem van een generatie’ wil zijn. In zekere zin wordt ze het daarmee ook.



Zoals je eerder aankaartte is het boek deels gebaseerd op persoonlijke memoires. Ben je bang dat mensen het boek als autobiografisch zullen lezen?


Ik wil dit boek niet promoten als iets sensationeels – ‘kijk wat ik heb meegemaakt’. Het gebeurt wat mij betreft te vaak dat het literaire verhaal eigenlijk ondergeschikt wordt gemaakt aan het leven van de auteur. Het was mijn streven om het pijnlijke en intieme van mijn ervaringen te bewaken, in plaats van ze in te zetten als publiekstrekker. Ik wil niet te koop lopen met dingen die wél echt zijn gebeurd. Dat is toch hoe romans tegenwoordig vaak in de markt worden gezet, en worden gepromoot. Wat een roman is, is eigenlijk niet meer vanzelfsprekend. Lezers willen veel duiding, ze willen weten hoe het precies zit. Ik denk niet dat je zoveel duidelijkheid in een roman kan vinden: dan ga je voorbij aan wat een roman is.



Sta je na het schrijven van deze roman sceptisch tegenover de liefde?


Nee, integendeel. Ik ben overtuigd geraakt van de wonderbaarlijkheid van de liefde. Mensen hebben nog nooit zo erg verlangd naar liefde als nu. Ik denk dat houvast nog nooit zo belangrijk is geweest voor mensen, dat mensen eenzamer zijn dan ooit. Het probleem is dat de twee figuren uit Noem het liefde, hoewel ze de kans hadden op een hele mooie toekomst samen, elkaar eigenlijk kapot laten gaan door hun verwachtingen. Logisch ook: als ik nu zou beginnen in de liefde zou ik verlamd zijn door de verwachtingen. Mede door het schrijven heb ik grip kunnen krijgen op mijn eigen ideaalbeelden en projecties en heb ik die meer kunnen uitschakelen. Ik probeer opvallende dingen niet meteen als afknappers te zien. Iets wat ooit een afknapper was kan je ook vertederend gaan vinden, daar kan je ook van gaan houden. 


Kunnen je hoofdpersonages daar een les uit halen?



Door valse verwachtingen komt het stel uiteindelijk in de problemen. Omdat het meisje A. in tegenstelling tot Tomas haar projecties uiteindelijk weet los te laten is zij voor mij wel de morele winnaar. Zij beseft dat liefde pas kan beginnen als je klaar bent met al die projecties, en afstand neemt van ideaalbeelden.

Wow, je heb het einde van deze categorie bereikt!