Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Alejandro Zambra

"Ik word pas bang wanneer mensen stoppen met reflecteren." Gesprek door Jochen De Vos Foto's: Lies Westerlaken

Alejandro Zambra (Santiago, 1975) wilde nooit schrijver worden, maar werd het toch. Intussen zijn we twintig jaar verder en publiceerde Zambra meerdere dichtbundels en romans en werd hij opgenomen in de Bogotá-39. Zijn grote doorbraak kende hij met zijn roman Bonsai (2006), die niet alleen naar meerdere talen is vertaald, maar eveneens verfilmd is. De verfilming werd geselecteerd voor het Filmfestival van Cannes. Wij ontmoeten Zambra in een hotel in Utrecht en praten met hem over onder andere zijn laatstverschenen verhalenbundel Mijn documenten en zijn liefde voor muziek.

Karakters: Je eerste twee publicaties waren dichtbundels, maar nu sta je al geruime tijd meer bekend om je proza. Wat heeft er precies voor gezorgd dat je meer romans en verhalen bent gaan schrijven?

Alejandro Zambra: Poëzie is zonder enige twijfel het belangrijkste onderdeel van de Chileense literatuur. Mocht er een wereldkampioenschap poëzie bestaan, was Chili meervoudig wereldkampioen geweest met alleen al onze twee Nobelprijswinnaars Gabriela Mistral en Pablo Neruda. Iedere beginnende Chileense schrijver waagt zich dan ook eerst aan het schrijven van gedichten alvorens hij aan het schrijven van romans begint. Als hij daar al mee begint.

Ik ben daar nooit een uitzondering op geweest. Ik wilde dichter worden, probeerde er mijn weg in te vinden, maar werd, om zo terug te komen op je vraag, uiteindelijk toch verliefd op het vertellen van verhalen. Het is niet dat ik daar beter in ben, die vorm past gewoon beter bij wat ik wil overbrengen.

Eigenlijk wilde je helemaal geen dichter of schrijver worden. Hoe is het toch zover gekomen?

Eerst droomde ik er altijd van om voetballer te worden, daarna ambieerde ik enige tijd een carrière als gitarist. Toen bleek dat ik voor beide te weinig talent had, ben ik me pas gaan toeleggen op schrijven.
Dat lag eigenlijk voor de hand, want schrijven is altijd al een gewoonte van me geweest. Mijn grootmoeder vertelde me als kind dagelijks dat ik moest schrijven. Schrijven was volgens haar namelijk de beste manier om jezelf uit te drukken en te ontwikkelen. Het gevolg daarvan was dat ik al heel wat dagboeken en andere schriften heb volgeschreven voordat ik me er serieus mee bezig begon te houden.

In vrijwel alle verhalen uit Mijn documenten lijkt het hoofdpersonage op jezelf. Ze zijn intelligent, veelal werkzaam binnen het schooldomein, woonachtig in Chili. In hoeverre was jij zelf de inspiratiebron voor deze bundeling?

In veel van mijn verhalen zitten autobiografische elementen en in zekere zin is dat onvermijdelijk. Voor ik begin met het schrijven van een verhaal, moet ik een bepaald beeld, een scène voor me zien, en die beelden ontstaan bij mij meestal door te kijken naar mijn eigen leven en herinneringen. Neem bijvoorbeeld het verhaal uit Mijn documenten waarin het hoofdpersonage eind jaren negentig zijn eerste computer koopt en deze in de winter ook gebruikt als verwarming. Hoe het personage met de computer in zijn armen in slaap valt. Dat is zo’n beeld uit mijn eigen leven dat ik gebruikt heb en dat als startpunt diende voor de rest van het verhaal.

Het schrijven van korte verhalen is voor veel auteurs een vrijbrief om te experimenteren en zichzelf uit te dagen. In vergelijking met de rest van je oeuvre lijk je daar in Mijn documenten minder behoefte aan te hebben gehad.

Veel verhalenbundels zijn een verzameling van schrijfsels die in een relatief grote tijdsspanne zijn geschreven. Alsof het allemaal losse elementen zijn die plotseling bijeengebracht worden. In die zin is Mijn documenten anders. In de eerste plaats omdat ik alle verhalen kort na elkaar heb geschreven en het boek voor mij op die manier ook meer aanvoelt als een roman. Om die reden wijkt de stijl van de onderlinge verhalen niet veel af. Noch qua vorm, noch qua vertelperspectief.

Experimenteren is ook iets wat je je als schrijver moet voornemen en dat voornemen had ik niet toen ik aan Mijn documenten begon. Het enige wat ik wilde was een boek schrijven. En het liefst een boek waarvan ik achteraf kon zeggen dat het me verder heeft gebracht als verhalenverteller.



Je zei net dat je lange tijd muzikant wilde worden en in een interview met TLS vertelde je een keer dat er heel veel nummers zijn die je zelf graag geschreven zou hebben. Welke nummers zijn dat? En heb je zelf nooit nummers geschreven?

(zonder na te denken) ‘Why Don’t You Write Me’ van Simon & Garfunkel! Of neen, ‘I’m A Rock’. Eigenlijk bijna alle nummers van Simon & Garfunkel. Maar ook bijvoorbeeld ‘Any Day Now (My Beautiful Bird)’ van Chuck Jackson. Er is heel wat mooie muziek gemaakt die ik wel had willen schrijven. Ik heb ook zelf muziek geprobeerd te schrijven, maar toen bleek dus dat ik daar niet voor weggelegd was en dat niet alleen grootheden als Paul Simon daar meer talent voor hadden, maar eveneens de helft van mijn vrienden.

Gisteren nam je deel aan een programma over de rol van literatuur in onze huidige maatschappij. (We interviewden Zambra tijdens ILFU, red.) In hoeverre denk je dat de rol van literatuur veranderd is door de tijd heen?

Literatuur helpt mensen om op hun leven en omgeving te reflecteren. In die zin denk ik dus niet dat de rol van literatuur veel veranderd is. Je moet als mens namelijk altijd blijven reflecteren en nadenken om verder te kunnen, om tot nieuwe inzichten te komen. De literatuur zal in die zin ook nooit haar waarde verliezen.

Maar reflecteren en tot nieuwe inzichten komen kan evengoed op andere manieren. Ben je niet bang dat de literatuur haar impact verliest en deels vervangen gaat worden?

De laatste jaren is de manier waarop we met literatuur en boeken omgaan drastisch veranderd. Intussen leven we in een wereld die ons niet meer toestaat na te denken. Er is ook te veel afleiding waardoor ons de tijd en rust ontnomen wordt om tot het lezen van boeken te komen. En het is heel moeilijk om die tijd en rust voor jezelf te creëren juist omdat er steeds meer alternatieven zijn die in zekere zin toegankelijker en makkelijker zijn. Van het kijken van films tot het luisteren van muziek of het bezoeken van musea of theaters. Maar mensen zullen altijd wel boeken blijven lezen, dus het boezemt me allemaal niet veel angst in. Het is ook niet dat je als individu daarin een keuze hoeft te maken. Het is bij literatuur nooit een geval van ‘alles of niets’. Het ene jaar kijk je meer films, het andere jaar lees je meer boeken. Zo gaat dat. Ik word pas bang wanneer mensen stoppen met reflecteren.

Lees je naast het schrijven zelf nog veel boeken?

De laatste tijd ben veel boeken aan het herlezen. Bleek vuur van Vladimir Nabokov of de gedichten van Emily Dickinson. Maar eveneens het werk van Valeria Luiselli en Camanchaca van Diego Zúñiga heb ik onlangs weer tot me genomen.

Een laatste vraag. Mijn documenten verscheen oorspronkelijk in 2013 en is nu pas in het Nederlands vertaald. Wanneer kunnen we een nieuwe roman van je verwachten?

Schrik niet, maar ik ben op dit moment met vier verschillende boeken bezig. Het eerste boek zal begin volgend jaar verschijnen en is een verzameling essays en korte verhalen. Het tweede boek, een nieuwe roman, zal niet veel later verschijnen. De andere twee boeken hebben op dit moment nog weinig vorm en ik weet ook nog niet of ze ooit gepubliceerd zullen worden, maar dat hoor je dan de volgende keer.