fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Portret: Emmanuel Bove

Achtergrond

“Niets is bedrieglijker dan goede bedoelingen, want die wekken de illusie dat ze het goede zelf zijn.”
Naam Emmanuel Bove
Nationaliteit Frans
Geboortedatum 20 april 1898
Sterfdatum 13 juli 1945
Bekendste werken Mijn vrienden, De liefde van Pierre Neuhart en Armand
Belangrijkste onderscheiding Prix Figuière (1928)
Emmanuel Bove wordt ontdekt door Colette en groeit uit tot een van de populairste schrijvers van zijn generatie. Bove oogst bewondering van onder anderen Rainer Maria Rilke en André Gide.

Een kleurrijk leven in grijstinten

Het oeuvre van Emmanuel Bove is in de jaren tachtig herontdekt door Peter Handke en kent sindsdien een sporadische heropflakkering door nieuwe uitgaven of vertalingen in het Duits, Nederlands en Engels. Bove schrijft geen ronkende kronieken of vormtechnische hoogstandjes, maar hij schetst sobere en precieze portretten van verdwaalde, meestal sombere individuen die zichzelf verliezen in de groeiende stadsdrukte tijdens het interbellum en die tevergeefs proberen te ontsnappen aan de mallemolen van het lot. Met zijn kale en gedetailleerde stijl weet Bove een sfeer te scheppen die wordt gesmaakt door tijdgenoten als Rainer Maria Rilke, Samuel Beckett en André Gide. Met De liefde van Pierre Neuhart geeft Karakters een nieuw stukje Boviaanse schoonheid uit.

In dit artikel maak je kennis met Boves werk en leven, dat hij eigenlijk zelf niet de moeite waard vond om te vertellen. Na enkele successen vraagt zijn uitgever of hij het volgende boek wil voorzien van een autobiografische noot. Bove stemt toe, maar in feite weigert hij: hij schrijft dat hij niks over zichzelf kan schrijven, dat alles gelogen of overdreven zou zijn en dat hij er dus maar beter niet aan begint. Volgens zijn vrienden is Emmanuel Bove inderdaad een immer bescheiden man, een grijzig figuur die zich liever op de achtergrond houdt. Toch is zijn leven niet bepaald eentonig of kleurloos. Bove maakt carrière in Parijs, maar heeft daarvoor in Genève, Londen en Oostenrijk gewoond. Hij begeeft zich in verschillende sociale milieus en ook zijn liefdesleven is onconventioneel.

Zorgde de bescheidenheid van Emmanuel Bove ervoor dat hij vlak na zijn dood in de vergetelheid is geraakt? Met Karakters nemen we een duik in het leven en werk van de schrijver, die zelf uit de schijnwerpers wenste te blijven, maar wiens bestaan kleurrijker blijkt dan hij zelf deed uitschijnen.

Tekst: Anna Jacobs Illustraties: Veerle van Herk

Een neutraal figuur met een zuinig glimlachje: het leven van Emmanuel Bove

Emmanuel Bove (1898-1945), geboren Bobovnikoff, brengt zijn eerste levensjaren door in het kamertje dat zijn vader bezit op de Boulevard du Port Royal in Parijs. Vader Bobovnikoff is een Joodse immigrant uit Kiev en zijn vrouw, Henriette Michels, is afkomstig uit Luxemburg. Het povere onderkomen van het gezin ligt in de schaduw van het majestueuze Pantheon en in hetzelfde arrondissement als de prestigieuze Sorbonne-universiteit, waar zijn vader ingeschreven staat aan de rechtenfaculteit, al is hij meer rokkenjager en flaneur dan student. Hij noemt zichzelf schrijver, maar zijn eerste en enige literaire wapenfeit is de publicatie van een zakwoordenboekje Russisch-Frans. Daarin staan handige zinnetjes voor rijke Russische toeristen die keizerlijk bediend wilden worden tijdens hun verblijf in Parijs voor de Wereldtentoonstelling van 1900. Nog voor Boves moeder bevalt van zijn broer Léon, is zijn vader al verwikkeld in een affaire met Emily Overweg, dochter van een rijke Engelse ambassadeur.

Emily is kunstenares en pianiste, maar leeft vooral van de rijkdom van haar familie, die ze naar hartenlust deelt met haar nieuwe man en diens zoon. Emily adoreert haar stiefzoon Emmanuel. Ze zorgt ervoor dat hij kan studeren aan de École Alsacienne, een gerenommeerde privéschool, en ze laat hem proeven van kunst en cultuur. In 1910 verhuist Emmanuel Bove met zijn vader en stiefmoeder naar Genève, waar hij verder vertoeft in weelde en rijkdom en waar zijn halfbroertje Victor wordt geboren. Op dat moment is Emmanuel al vastberaden schrijver te worden. Volgens zijn jongere broer Léon was Emmanuels antwoord op de vraag wat hij later wou gaan doen heel simpel: ‘Ik hoop schrijver te worden’. Helaas betekent het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog het failliet van de familie Overweg en daarmee het einde van hun comfortabele leventje. Emmanuel Bove wordt in 1915 naar een pensionaat in Londen gestuurd om zijn middelbare school af te werken en een jaar later sterft zijn vader aan tuberculose.

In Londen wordt Emmanuel twee keer van school gestuurd. Als we geloven dat Meneer Thorpe autobiografische hints bevat, dan lijkt het alsof Boves middelbareschooltijd niet de gelukkigste periode van zijn leven was. Meneer Thorpe is het verhaal van een jongeman in een Zwitsers pension die geen aansluiting vindt met zijn leeftijdsgenootjes en enigszins verwaarloosd wordt door zijn ouders. Hij stelt zich onverschillig op tegenover de grijze werkelijkheid en neemt een toevlucht in een dromerig en eigenwijs bestaan. De ontreddering van de jonge Emmanuel is niet verwonderlijk: zijn jeugd is gekenmerkt door heen- en weergereis tussen verschillende steden – Parijs, Genève en Londen – en tegengestelde sociale milieus. Zijn frivole leven onder Emily’s hoede staat namelijk in schril contrast met de omstandigheden waarin zijn moeder en jongere broertje achterblijven in Parijs. Hun situatie vervult Emmanuel met medelijden en een schuldgevoel, waarop Henriette en Léon later graag zullen inspelen.

Van Bobovnikoff tot Bove

Op zijn achttiende keert Emmanuel Bove, die nog steeds met de familienaam Bobovnikoff wordt aangesproken, terug naar Parijs. Hij voert er een reeks kortstondige en onzekere baantjes uit als ober, taxichauffeur of tramconducteur. Wanneer hij in aanraking komt met de politie, sluiten ze hem op in de Santégevangenis, wegens zijn nogal onduidelijke professionele bezigheden en omdat zijn naam op -off – ‘patronyme douteux’ – waarschijnlijk te veel naar communisme ruikt… In 1914 wordt Emmanuel opgeroepen voor zijn legerdienst, maar nog voor hij goed en wel is opgeleid, is de wapenstilstand al beklonken. Na de oorlog ontmoet hij Suzanne Vallois, een onderwijzeres uit een welgesteld gezin, en samen verhuizen ze naar Oostenrijk. Bove legt er de eerste hand aan zijn debuutroman Mijn vrienden (Mes amis), maar hij onderhoudt zijn vrouw en hun pasgeboren dochter Nora met de winst van de populaire romannetjes die hij publiceert onder het pseudoniem Jean Valois. Die boeken zijn inhoudelijk oninteressant en quasi machinaal vervaardigd. Hij schrijft letterlijk tegen de klok: honderd regels per uur, achthonderd regels per dag en dus een volledig boek om de twaalf dagen.

Emmanuel Bove beslist om terug te keren naar Parijs, hopend op een roemvollere schrijverscarrière. Hij gaat aan de slag als journalist bij Le Quotidien, een pas opgericht ‘radicaal socialistisch’ dagblad, en voltooit Mijn vrienden en enkele korte verhalen, die hij opstuurt naar literaire tijdschriften. Hij woont opnieuw in het vijfde arrondissement, opnieuw in een benepen kamertje. Suzanne vervoegt hem met de kleine Nora en niet veel later krijgen ze een zoon, Michel. In 1924 merkt de Franse schrijfster Colette een van zijn verhalen op. Ze is enthousiast en toont zich bereid om Boves roman Mijn vrienden uit te geven bij Ferenczi. Ze spoort hem aan om te publiceren onder de naam Bove. Mijn vrienden wordt ietwat nonchalant aangekondigd als Onze vrienden (Nos amis), maar de lapsus verhindert niet dat Bove bij publicatie kan rekenen op een lovende recensie van de Franse acteur en regisseur Sacha Guitry. Ook André Gide en Rainer Maria Rilke tonen bewondering voor Boves debuut over een invalide oud-strijder die ‘zijn vrienden’ beschrijft, maar eigenlijk langzaamaan uit de doeken doet dat ze stuk voor stuk helemaal geen ‘vrienden’ zijn.

Er komt een tijd van financiële voorspoed. Zijn literaire productiviteit ligt hoog en in 1928 wordt hij met de Prix Figuière bekroond voor Het verbond (La coalition), dat daarna maar liefst zeventien herdrukken beleeft. Het prijzengeld staat hem opnieuw toe te proeven van het mondaine Parijse leven. Hij frequenteert het legendarische Café de Flore en sluit vriendschappen met André Breton en Pierre Soupault, een van de grondleggers van het surrealisme. Ondanks zijn populariteit, blijft Bove bijzonder bescheiden. Soupault schrijft dat hij zich nooit sterallures aanmeet en altijd op de achtergrond blijft als een aandachtige observator. Zijn jeugdvriend Pierre Bost, schrijver en scenarist, noemt Boves privéleven toch ‘niet altijd even fatsoenlijk’. In 1925 verlaat Bove zijn eerste vrouw Suzanne en hun twee kinderen en knoopt hij een kortstondige affaire aan met een zeker Henriette, om niet veel later verliefd te worden op de beeldhouwster Louise Ottensooser, dochter van een joodse bankiersfamilie. Louise begeeft zich behendig en uitgelaten in het artistieke milieu van Parijs tijdens het interbellum en schopt menigeen tegen de schenen door broeken te dragen en te roken in het openbaar. Niet zoals het betaamt voor een dame in de jaren twintig!

Leven met Louise

Wanneer het Emmanuel Bove even financieel voor de wind gaat, sukkelt hij al snel terug in armoede doordat hij ondertussen voor drie gezinnen de kost moet winnen: zijn moeder en broer Léon willen een graantje meepikken van zijn succes, Suzanne en zijn twee kinderen rekenen op alimentatie en Louise is in verwachting. Tot overmaat van ramp raakt de familie Ottensooser alles kwijt bij het uitbreken van de crisis in de jaren dertig. De schaarste dwingt Bove tot een enorme schrijfwoede om toch de eindjes aan elkaar te knopen. Het is een hachelijke klus, maar met de nodige vertraging slaagt hij erin het geld bijeen te schrapen om iedereen tevreden te houden en bovendien klaagt hij daar nooit over. In 1930 trekken Emmanuel en Louise kortstondig naar Londen, waar hun kind sterft bij de geboorte. In 1931 keert het koppel al terug naar Parijs en Bove legt zich terug toe op zijn journalistieke activiteit, die hij nooit met passie en bevlogenheid uitoefent, maar eerder verderzet om het hoofd boven water te houden.

Bove publiceert in die tijd ook korte verhalen in antifascistische dagbladen. Al heeft hij nooit echt een partijlidkaart, hij is de communistische zaak goedgezind. Zijn vrouw is wel hartstochtelijk communiste en openlijk militant: ze heeft een portret van Stalin in haar woonkamer hangen, organiseert zomervakanties voor kinderen uit arbeidersgezinnen en gaat van deur tot deur met het communistische dagblad L’Humanité. Dat laatste doet ze met de nodige zwier, steeds getooid in bontjas. In 1936 wordt Emmanuel ernstig ziek en hij zal de opgelopen longaandoening nooit meer volledig te boven komen. Op zoek naar rust, trekken ze zich deze keer terug op Cap Ferret, aan de Atlantische kust. Emmanuel wijdt er zich intensief aan schrijven en lezen op een gehuurd kamertje in het nabijgelegen Bordeaux en Louise geeft beeldhouwles. Uit de brieven die ze elkaar sturen, blijkt dat ze een bescheiden, maar gelukkig bestaan leiden. Hij vindt geborgenheid bij haar, zij noemt hem liefdevol ‘Bobby’. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939 zal het tweetal opnieuw de koffers doen pakken, aangezien Louise dubbel gevaar loopt door haar Joodse afkomst en communistische activiteit.

Dit keer vestigen ze zich in Algiers, de hoofdstad van de toenmalige Franse kolonie, Algerije, waar het leven relatief rustig verloopt, nadat de stad is bevrijd door de geallieerden in 1942. Weg van de oorlog op Europese bodem, ontmoeten verschillende schrijvers en intellectuelen, die de kant van het ‘vrije Frankrijk’ hebben gekozen, elkaar in de boekenwinkel en kleine drukkerij Les vraies richesses, uitgebaat door Edmond Charlot. Bove ziet er zijn kameraad Pierre Soupault terug en schaakt er met Antoine de Saint-Exupéry. Charlot belooft om Boves werk uit te geven na de oorlog, wanneer de omstandigheden het weer zullen toelaten. Ook in het kleine literaire wereldje van Algiers zijn het vooral de teruggetrokkenheid en timiditeit van Bove die opvallen. De Franse schrijver Emmanuel Roblès getuigt over zijn bescheiden, onopvallende voorkomen en tanende gezondheid. Wanneer Louise en Emmanuel terugkeren naar Parijs in 1945 is hij enorm verzwakt. Ze nemen hun intrek in het huis van Boves halfbroer Victor. Wanneer die laatste terugkeert uit krijgsgevangenschap in Duitsland, krijgt hij van de portier te horen dat Emmanuel boven op sterven ligt. Zijn dochter Nora komt afscheid nemen terwijl Parijs zich uitgelaten, zwetend in de julihitte klaarmaakt om de eerste nationale feestdag – 14 Juillet – na de oorlog te vieren. Emmanuel Bove sterft op vrijdag 13 juli aan een niet nader bepaalde ziekte. Louise en zijn zoon Michel waken over zijn lichaam totdat hij wordt begraven op het kerkhof van Montparnasse.

Een Marcel Proust voor de armen: de typische schrijfstijl van Emmanuel Bove

Het mysterie van Emmanuel Boves dood, die volgens Louise het gevolg was van een ‘zeldzame tropische ziekte waar men nog heel weinig van afweet’, is symbolisch voor het mysterie van zijn leven. Hij bevond zich op de achtergrond, in de marge van het Parijse literaire leven. Nu eens kon hij zich satijnen hemden veroorloven waarop hij zijn initialen liet stikken, dan weer moest hij in een ijltempo publiceren wat hij publiceren kon. Het geschipper tussen verschillende sociale milieus komt terug in zijn werk en zijn reputatie als een afwachtende man met een onzeker glimlachje, die zich altijd in het grijs kleedde, lijkt een verpersoonlijking van de sfeer die zijn boeken oproepen. In een kale en pure taal, schept hij grijzige personages, die verweesd en anoniem hun ongeluk tegemoet gaan. Sommigen zien in de morose sfeer ook humor, de tragikomische dimensie van het menselijke leven. Bove zei zelf op zijn sterfbed dat hij niet wist wat hij het leven had misdaan, maar dat het hem soms met een wrede humor had geslagen. Anderen kunnen er enkel bij huilen: zij raden Bove af aan iedereen die niet in zwartgalligheid wil sukkelen.

Pierre Neuhart uit De liefde van Pierre Neuhart is een typisch Boviaanse figuur die een grijzig bestaan leidt als relatief succesvol zakenman in Parijs. In de jonge, frivole Éliane ziet hij de toegang tot een spannender en artistieker bestaan, zij ziet in hem een weg naar onafhankelijkheid en rijkdom. Pierre Neuhart is dolverliefd, maar zijn geluk lijkt aan een zijden draadje te hangen, afhankelijk van Élianes grillen. Langzaam maar zeker stort hij zichzelf de afgrond in. De liefde van Pierre Neuhart verschijnt net nadat Bove de Prix Figuière wint. Zelf noemt hij het de synthese van alle elementen die zijn oeuvre tot dan toe bevat heeft. Pierre Neuhart is inderdaad een vaal en eenzaam figuur, die plannen en fantasieën koestert die hem ontglippen, maar Bove lijkt hem iets meer autonomie en beslissingsrecht te geven dan zijn andere personages. Al speelt Pierre Neuhart dat beslissingsrecht fataal uit: hij kiest voor het vluchtige geluk, voor de wispelturige en willekeurige Éliane. Emmanuel Bove tekent die fatale keuze en de teloorgang van een onmogelijke liefde met meesterlijke precisie op.

Boves gevoel voor detail maakt hem volgens Samuel Beckett de moeite waard. Emmanuels vriend Pierre Bost beschrijft hem zo: ‘Zijn ogen gekleefd aan de wereld en de mensen. En altijd verbaasd over het leven, erin berustend. Hij was een geboren romanschrijver.’ Zonder opsmuk en puur in zijn stijl, registreert hij banale, maar veelzeggende details en schept hij een talmende en soms ongemakkelijke sfeer. Voor Bove zelf is de toon het allerbelangrijkst: bij een verhaal gaat het om ‘ce qu’on éprouve’ (‘wat men voelt’). De handeling is dus ondergeschikt aan het gevoel. Bij Bove verbaast dat niet, aangezien net de onmogelijkheid om te handelen zijn personages karakteriseert. Ze lijken marionetten van het leven, die zomaar teruggeworpen kunnen worden op hun eenzaamheid en armoede. Misschien net zoals de plotse uitbraak van de Eerste Wereldoorlog Emily Overweg en zijn vader van hun comfortabele leven beroofde? Of misschien zoals de crisis van de jaren 1930 abrupt een einde maakte aan het weelderige bestaan van Emmanuel en Louise in Parijs?

Heel enthousiaste Bovianen zien in zijn stijl en thema’s parallellen met de allergrootsten. Hij zou een soort lightversie zijn van Honoré de Balzac of Fjodor Dostojevski, een Marcel Proust voor de armen! Hij heeft iets weg van Balzac, doordat hij doorheen zijn oeuvre, dat bijna dertig werken bevat, een menselijke komedie schetst van verdwaalde stedelingen tijdens het Parijse interbellum. Hij is schatplichtig aan Dostojevski, omdat het trieste lot bij Bove ook onafwendbaar is en net zoals Proust legt hij de menselijke ziel onder de microscoop. Volgens de Franse schrijfster Marie Darrieussecq is Emmanuel Bove de voorloper van Nobelprijswinnaar Patrick Modiano. Maar hoe kan het dat een schrijver die (met de nodige inspanning) van zijn pen leefde en ruim appreciatie genoot van zijn tijdgenoten, zomaar in de vergetelheid is gesukkeld? Voor een lange tijd was hij nergens te vinden in de literatuurgeschiedenissen en kon je nauwelijks nog exemplaren van zijn werk aanschaffen. Het lijkt alsof Emmanuel Boves oeuvre samen met hemzelf een stille en onopvallende dood stierf in 1945.

Een mysterieuze archiefkoffer vol manuscripten: de herontdekking van Emmanuel Bove

Louise ontfermt zich over het oeuvre en de documenten van haar overleden man. Vastberaden om ze te beschermen en ze enkel vrij te geven voor een prijs die ‘Emmanuel waardig’ is, slaagt Louise er nooit in om de volgens haar gepaste bedragen los te peuteren bij regisseurs die geïnteresseerd zijn om een van Boves werken te verfilmen of bij uitgevers die een onuitgegeven manuscript willen publiceren. Met haar zus Colette installeert ze zich in een appartement in het chique 16e arrondissement in het westen van Parijs. Sporadische bezoekers die herinneringen aan Bove kwamen oprakelen zeiden dat de zussen Ottensooser een komisch duo vormden: Louise werd alsmaar dikker en dronk wijn, Colette werd alsmaar dunner en dronk sherry. Emmanuels halfbroer Victor, waarmee hij het steeds goed heeft kunnen vinden, is minder onder de indruk van de schrijverskunsten van zijn broer. Hij heeft het meer voor de ‘echte Franse klassiekers’. Na Louises dood wordt er een grote archiefkoffer gevonden met onuitgegeven manuscripten en enkele exemplaren uit de briefwisseling tussen Louise en haar Emmanuel, ‘Bobby’.

De interesse voor Emmanuel Bove vlak na zijn dood, en tijdens het verdere leven van Louise, is dus niet bijzonder groot. Velen beweren dat hij zichzelf door zijn ziekelijke bescheidenheid heeft uitgewist. Wanneer Emmanuel op zijn veertigste terugkijkt op zijn leven ziet hij ‘niets groots, niets edels, niets dat het vermelden waard is.’ In tegenstelling tot sommige van zijn tijdgenoten die hun stemmen luid lieten klinken – denk aan Albert Camus, Jean-Paul Sartre of zelfs aan Boves vriend Pierre Soupault die naast schrijver ook geëngageerd journalist was – koos Bove altijd voor een rol op de achtergrond. Hij is op geen enkele foto van protestmarsen te zien, zijn naam staat onder geen enkel politiek manifest. De enige foto’s die van hem overblijven, stemmen overeen met zijn reputatie: een neutraal figuur met een zuinig glimlachje. Waren het de grijstinten en onverschilligheid van zijn oeuvre die niet pasten binnen het verhaal van wederopbouw en ideologische helderheid tijdens het interbellum en die hem verstootten naar de hoeken van de literatuurgeschiedenis? Qua bekendheid kan Bove absoluut niet concurreren met de klasbakken van zijn tijd, zoals Louis-Ferdinand Céline of André Malraux, maar na zijn dood blijft er toch steeds een beperkt, maar enthousiast clubje Bove-bewonderaars over.

Tot zijn bewonderaars behoren onder andere de kunstenaar Pierre Alechinsky en de schrijver Michel Butor. Op het moment dat het bijna onmogelijk is voor de zeldzame Bove-liefhebbers om nog een werk van hem op de kop te tikken in een of ander antiquariaat, komt er hernieuwde interesse van de uitgeverijen Flammarion en Le Castor Astral. Er verschijnen geïllustreerde versies van Boves werk met prenten van de cartoonist Roland Topor en de kunstschilder Bram van Velde. In de jaren tachtig ontdekt de Oostenrijkse schrijver en latere Nobelprijswinnaar Peter Handke de Franse Emmanuel Bove. Hij zorgt ervoor dat Bove wordt vertaald naar het Duits en de regisseur Wim Wenders vat het plan aan om Mijn vrienden te verfilmen, dat hij echter nooit realiseert. In de jaren negentig komt er zelfs een heuse Bove-biografie, samengesteld door de schrijvers Jean-Luc Bitton en Raymond Cousse. Plots verschijnen er uitgebreide artikels over de vergeten schrijver in Der Spiegel en The New Yorker. Ook in het Nederlandse taalgebied flakkert er interesse op: in 1983 publiceert de Volkskrant een uitvoerig gedocumenteerd artikel over Emmanuel Bove. Een echte Bove-revelatie betekent het niet voor de Nederlandse letteren, maar wel het begin van een sporadische heruitgave van zijn romans en kortverhalen.

Vanaf de jaren tachtig komen stukjes Boviaanse schoonheid af en toe de kop opsteken bij verschillende uitgeverijen. In 1981 verschijnen de vertalingen door Angèle Manteau van Mijn vrienden en Armand bij uitgeverij de Prom. Het Atelier de Traduction d’Amsterdam vertaalt enkele korte verhalen voor Uitgeverij Bas Lubberhuizen en bij De Arbeiderspers verschijnen Het voorgevoel (Le pressentiment) en Vrouwelijk karakter (Un caractère de femme) in een vertaling van Mirjam de Veth. Peter van der Spek stelt een klein boekje samen met Boves biografie en brengt zijn herontdekking in kaart. Volgens hem moeten we enige voorzichtigheid aan de dag leggen wanneer er wordt gegoocheld met grote namen – Bewonderd door Rilke en Beckett! Ontdekt door Colette! – en stoere vergelijkingen – Een nieuwe Proust! Helemaal Dostojevski! -, maar hij duidt wel op Boves subtielere, misschien duurzamere verdiensten. Emmanuel Bove introduceert het individu dat zich verliest in de massa van de grootstad en lijdt aan de vreselijkste ziekte: anonimiteit. Het absurdisme wordt pas later geïntroduceerd in de letteren, maar we kunnen Boves personages en sfeer lezen als voorlopers van de schijnbare uitzichtloze menselijke conditie die vorm krijgt in de literatuur.

Meer weten en lezen over Emmanuel Bove?

Karakters bracht De liefde van Pierre Neuhart uit, in een vertaling van Myriam de Veth. Benieuwd naar de andere boeken van Karakters? Neem een kijkje bij Karakters Uitgeverij.

De Veth heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot vaste vertaler van Bove en ze vertaalde ook Een vader en zijn dochter en Plankenkoorts, allebei verschenen bij Uitgeverij Vleugels, en verder ook Vrouwelijk karakter en Het voorgevoel voor De Arbeiderspers. Vrouwelijk karakter werd besproken in De Standaard en in Knack verscheen een recensie van Het voorgevoel.

De grote Wim Wenders voltooide nooit zijn plan om Mijn vrienden te verfilmen, maar Het voorgevoel werd wel verfilmd in 2006 door regisseur Jean-Pierre Darroussin. Een klein fragment uit de film is hier te zien.

De schrijver van de biografie van Emmanuel Bove, Jean-Luc Bitton, onderhield gedurende een lange tijd een website over Emmanuel Bove. De website is op dit moment niet meer zo actueel, maar algemene informatie over Emmanuel Bove kan je er nog steeds vinden, alsook foto’s, stukken (onuitgegeven) tekst en artikels over de schrijver. Er bestaat ook een Duitse website die recenter werd geüpdatet.

Lees je graag over Franse auteurs? Karakters publiceerde verschillende artikels over Franse literatuur. Ontdek hier de pacifistische idealen van Jean Giono, of lees het levensverhaal van Gustave Flaubert. Dit artikel over Bonjour tristesse van Françoise Sagan blikt terug op de controverse die ontstond bij het verschijnen en hier vind je een stuk over de excentrieke schrijver-gangster Jean Genet.

Ook over de Bove-bewonderaar Samuel Beckett verscheen een artikel bij Karakters. Hier lees je welke veertien boeken volgens de Ierse schrijver onmisbaar zijn.