fbpx
Zoeken
Zoek binnen Karakters

Thuis is een gevoel, eerder dan een plek: het levensverhaal van Maeve Brennan

De Ierse Maeve Brennan (Dublin, 1917 – New York, 1993) verhuist op haar zeventiende met haar ouders, haar twee zussen en hun broertje naar Washington DC. Begin jaren veertig, ze is dan een vroege twintiger, trekt ze in haar eentje naar New York. Ze is een stijlvolle verschijning – het haar hoog opgestoken, de lippen donker gestift – ze heeft gevoel voor humor, is rad van tong en beschikt over een vlotte pen. Het zijn stuk voor stuk kwaliteiten die deuren openen, eerst bij het modeblad Harper’s Bazaar, later bij het vermaarde magazine The New Yorker. Naast artikelen, recensies en columns publiceren beide bladen ook kortverhalen van haar hand.

De twaalfjarige bruiloft (2017) is een bundeling van zeven van haar verhalen over het echtpaar Martin en Delia Bagot, dat met hun twee dochtertjes in Dublin woont. In 2018 verscheen haar novelle Een bezoek, waarvan het manuscript uit 1945 pas vier jaar na haar dood opdook. Daarna volgde een selectie van haar New York-columns onder de titel De breedsprakige dame (2020). De rozentuin (2022) is haar recentst in het Nederlands uitgebrachte boek en bevat zowel Ierse als Amerikaanse verhalen.

In de openingspassage van De rozentuin geeft Maeve Brennan aan dat ze met heimwee terugdenkt aan meerdere plekken die ze op haar pad tegenkwam. Hoe pakkend die bedenking is, blijkt uit de loop van haar leven, dat een voortdurende en overwegend vergeefse zoektocht was naar een gedroomde thuis. In dit artikel lees je welke weg deze markante schrijfster in de luwte afgelegd heeft. Daarbij duiken we zowel in haar Ierse als in haar Amerikaanse bagage.

Woelige jeugd in Ierland

Maeve Brennan, geboren in Dublin op 6 januari 1917, is al vijf maanden oud, wanneer haar vader haar voor het eerst te zien krijgt. Hij, Bob Brennan, zat namelijk in het Verenigd Koninkrijk een gevangenisstraf uit voor zijn deelname aan de Paasopstand van 1916, een van de belangrijkste episodes in de Ierse onafhankelijkheidsstrijd. Hij behoorde tot de radicale rebellen, die toen de Ierse Republiek uitriepen, waarna Britse militairen de opstand vrijwel meteen in de kiem smoorden. De leiders van het oproer werden ter dood veroordeeld, hun strijdmakkers, onder wie Bob Brennan, kregen vijf jaar dwangarbeid opgelegd. Dankzij een amnestieregeling kwamen de dwangarbeiders in juni 1917 voortijdig vrij.

Bob Brennan vervoegt zijn vrouw Una, hun dochter Emer van zeven en de vijf maanden oude Maeve. Hij blijft politiek actief en pikt de draad van zijn journalistieke werk weer op. Beide activiteiten maken dat hij in de gaten gehouden wordt. Om zijn vrouw en kinderen te beschermen, verblijft hij geregeld op een schuiladres. Toch ontkomt het gezin niet aan huiszoekingen. De meest intimiderende inval vindt plaats kort nadat Bob Brennan in december 1919 thuis clandestien drukwerk produceert. Militairen met bajonetten vallen ’s nachts binnen. Bob is er dan al niet meer. Zijn vrouw en hun dochter Emer, die intussen negen is, worden urenlang op de rooster gelegd over zijn doen en laten. Maeve, drie jaar, en haar jongere zusje van amper anderhalf, worden ongemoeid gelaten.

In oktober 1921 verhuizen Bob en Una naar een huis in Cherryfield Avenue in Dublin. Maeve Brennan zal in haar verhalen vaak naar dit huis terugkeren, als een van de plekken die het dichtst in de buurt komen van de huiselijke geborgenheid die ze een leven lang zal zoeken.

In de eerste jaren na hun verhuis blijven wapengekletter, explosies en legervoertuigen die met zoeklichten hun woning in het vizier nemen, wel nog deel uitmaken van Maeve Brennans kindertijd. Dit komt doordat Ierland politiek onrustig blijft na de Anglo-Ierse onafhankelijkheidsoorlog. In december 1921 eindigt die weliswaar met een vredesverdrag, maar dat blijft veel verdeeldheid zaaien vanwege de grens die tussen Noord- en Zuid-Ierland getrokken wordt. Het zuidelijke deel van het eiland verkrijgt onafhankelijkheid en wordt de zogenaamde Ierse Vrijstaat. Noord-Ierland blijft Brits. Die uitkomst is een bittere pil voor nationalisten zoals de Brennans, die streden voor één Ierse republiek met de zee als enige grens eromheen. In de plaats van vrede komt er dan ook een burgeroorlog tussen voor- en tegenstanders van de grens tussen noord en zuid.

In 1934 wordt Bob Brennan benoemd tot ambassadeur van de Ierse Vrijstaat in Amerika. Met haar ouders, haar twee zussen en haar broertje verhuist de zeventienjarige Maeve naar Washington DC, waar haar vader gestationeerd wordt. Ze studeert er Engels en specialiseert zich verder in bibliotheekwetenschappen. Die laatste studies breekt ze af, wanneer haar verloofde, de schrijver-theatercriticus Walter Kerr, het onverwachts met haar uitmaakt. Ze is smoorverliefd op hem en bijgevolg erg onder de voet van hun breuk, maar ze blijft niet bij de pakken neerzitten. We schrijven begin jaren veertig. Maeve Brennan is dan vooraan in de twintig en besluit haar geluk te beproeven in New York.

The City That Never Sleeps

Haar nieuwe leven begint met de zoektocht naar een job en naar een dak boven haar hoofd. Voor dat laatste neemt ze enkel kamers in overweging die de warmte uitstralen die ze verbindt met haar ouderlijk huis in Cherryfield Avenue in Dublin. Concreet betekent dit dat er een open haard moet zijn.

Om den brode werkt ze eerst voor de openbare bibliotheek, maar algauw krijgt ze een voet binnen bij het bekende modetijdschrift Harper’s Bazaar. Ook het vermaarde magazine The New Yorker merkt haar op en publiceert stukken van haar. In 1949 gaat ze vast bij hen aan de slag. Ze schrijft recensies en vijftien jaar lang ook columns voor de gesmaakte rubriek ‘The Talk of the Town’. Dat doet ze onder het ironische pseudoniem ‘the Long-Winded Lady’.

‘We hebben weer een bericht ontvangen van onze vriendin de breedsprakige dame’, zo beginnen deze columns, die lezen als snapshots van het leven in New York City. Ze gaan vaak over personen op wie haar oog toevallig valt, zo bijvoorbeeld over een koppel, dat zich tijdens een innige wandeling samen vergaapt aan een modelkeuken in een winkeletalage. Of over een jonge man die aan de lange bar van een restaurant onrustig zit af te wachten of zijn date zal komen opdagen; eerder op de dag heeft hij haar proberen te overhalen tot een diner door haar vanuit een publieke telefooncel voor te lezen uit de menukaart. Soms staat de breedsprakige dame zelf centraal, zoals in het stuk over die keer dat ze op restaurant voor de lunch tong bestelt met een extra portie broccoli, maar de broccoli onaangeroerd laat, omdat ze zich met de beste wil van de wereld niet meer kan herinneren welke kant ervan eetbaar is. Zevenenveertig van deze columns geschreven tussen 1953 en 1968 zijn gebundeld onder de titel De breedsprakige dame (2020) en waarvan we exclusief het verhaal ‘Een jongeman met een menu’ mochten publiceren op Karakters.

In 1954 wordt Maeve Brennan de vierde in een rij van ravissante echtgenoten van de bijzonder getalenteerde journalist St. Clair McKelway. ‘It may not have been the worst of all possible marriages but it wasn’t something you could be hopeful about,’ oordeelt haar redacteur, William Maxwell. Hij is een van haar meest dierbare vrienden en kent ook McKelway door en door. Die staat bekend als een stevige drinker, hij is manisch-depressief en heeft een gat in zijn hand. Zodra hij een vrouw veroverd heeft, taant zijn belangstelling voor haar zienderogen. Toch is deze complexe man erg geliefd bij collega’s, kennissen en vrienden, net zoals de joviale Maeve Brennan zelf overigens. De twee houden het een vijftal jaar met elkaar uit en bouwen daarbij een aanzienlijke schuldenberg op. In 1959 gaan ze in vriendschap uit elkaar.

Tijdens haar huwelijk schrijft ze een reeks verhalen rond een geprivilegieerde buurt aan de oevers van de Hudson. De buurt noemt ze Herbert’s Retreat en is gebaseerd op Snedens Landing, een gehucht ten noorden van New York City, intussen bekend als Palisades en ook in haar tijd al een trekpleister voor de beau monde. Ze heeft er zelf met St. Clair McKelway in diens optrekje gewoond. Het fictieve Herbert’s Retreat telt negenendertig witgeschilderde huizen. Het meest gegeerd zijn die met frontaal zicht op de Hudson. Het leven van de rijke Amerikanen draait er om schone schijn. Hun Ierse dienstpersoneel doet er het werk en roddelt erop los over de rijke huiseigenaars. Anders dan in haar verhalen die zich in Ierland afspelen, slaat Maeve Brennan in haar Herbert’s Retreat-wereld een eerder satirische toon aan.

Een leven uit koers

Vanaf het eind van de jaren vijftig valt ze meer en meer ten prooi aan neerslachtigheid. Ze kampt met een schuldgevoel omdat ze haar schrijfcarrière altijd op de eerste plaats gezet heeft, wat ten koste gegaan is van de band met haar familie. Zeker na de dood van haar moeder speelt dat oude zeer op. Ook haar spaak gelopen huwelijk zit haar dwars, om nog maar te zwijgen van haar en McKelways belastingschulden. Met periodes wordt er beslag gelegd op haar loon, waardoor ze zelfs bij de melkboer in het krijt komt te staan. Daarenboven wil het schrijven met de jaren minder goed vlotten, een bron van zorgen voor een auteur die haar werk als werkelijker en urgenter ervaart dan haar leven.

Na haar echtscheiding wordt een thuis voor haar meer dan ooit een haastig geïmproviseerd toevluchtsoord, waar ze zichzelf kan zijn en ze vrij is om te vertrekken wanneer ze maar wil. Niet voor niets noemt haar alter ego, ‘de breedsprakige dame’ uit de New York-columns, zichzelf een ‘traveller in residence’. Ze woont afwisselend op hotelkamers en in huurhuizen, nu eens in New York City, dan weer op Long Island, meer bepaald in East Hampton. Begin 1971 zoekt ze het wat verder weg en vestigt ze zich als artist in residence op MacDowell, een domein in Peterborough in de staat New Hampshire. Een variërend aantal katten en de zwarte labrador Bluebell zijn haar vaste metgezellen, al moet ze soms ook aan vrienden vragen om zich tijdelijk over haar huisdieren te ontfermen, omdat ze bij momenten te klein behuisd is.

Haar whereabouts zijn vanaf het einde van de jaren zestig almaar moeilijker te traceren. Zeker is wel dat ze in 1973 nog een keer teruggaat naar Ierland. Ze logeert er in Kilbarrack, een voorstad van Dublin, in een chalet achter in de tuin bij haar nicht Ita Doyle, de moeder van de dan vijftienjarige Roddy Doyle, die ook zelf zal uitgroeien tot een meermaals bekroonde schrijver. Aan William Maxwell laat ze weten dat ze zich er op haar typemachine verlaat zoals een verstandige zeeman op zijn kompas. Ze schrijft er nog altijd recensies voor The New Yorker. Ze houdt van de enorme zeemeeuwen en de talloze andere vogels die er in de buurt samentroepen en gaat er graag wandelen. Ze lijkt het er dus best naar haar zin te hebben en toch treft haar nicht haar op een zekere dag gepakt en gezakt aan in de hal van hun huis. ‘Ik ben lang genoeg gebleven,’ is het enige wat Maeve Brennan ter verklaring opgeeft. Haar taxi rijdt voor en weg is ze.

Midden 1974 is ze terug in New York, alweer zonder vaste thuis. Als ze haar medicatie niet neemt, is ze geestelijk verward. Soms zwerft ze dan op straat rond en deelt geld uit aan wildvreemden. Collega’s en vrienden maken zich almaar meer zorgen om haar. Haar broer in Illinois wordt op de hoogte gebracht van haar toestand en aan het eind van 1975 woont ze een tijdje bij hem, zijn vrouw en hun zoon. In 1976 wordt ze opnieuw in New York gesignaleerd en brengt ze wel eens de nacht door in de kantoren van The New Yorker. Dat wordt gedoogd, al zorgt ze soms voor overlast, bijvoorbeeld door er een zieke duif te verzorgen, of ’s nachts buiten zinnen brokken te maken in het bureau van de ene of de andere medewerker.

Wanneer haar redacteur en goede vriend William Maxwell in 1976 het magazine verlaat, vindt de directie de tijd rijp om de rest van de oude garde aan de deur te zetten. Nieuw is ook dat er strenger toegekeken wordt op wie er wel en niet nog in de kantoorruimtes komt. Zelfs aan Maeve Brennan, die er bijna dertig jaar lang kind aan huis is, wordt de toegang ontzegd.

Langzaam maar zeker gaat het met haar mentale gezondheid verder bergaf. In de laatste pakweg vijftien jaar van haar leven kan ze vanwege psychotische aanvallen niet meer zonder medische verzorging en verblijft ze in een tehuis. Daar sterft ze in 1993 na een hartaanval.

Thuis is een gevoel, eerder dan een plek

Veel van haar Ierse verhalen situeert Maeve Brennan in haar ouderlijk huis in Cherryfield Avenue in de buitenwijk Ranelagh in Dublin. Ook het huis van haar grootmoeder aan vaderskant in de stad Wexford fungeert meermaals als decor. Tegen beide achtergronden voert ze personages op die soms een duidelijke verwantschap hebben met haar ouders en met andere leden van haar familie. Dit neemt niet weg dat haar verhalen in hun geheel een mix zijn van werkelijke én verzonnen elementen, waardoor ze niet als autobiografisch gelezen mogen worden.

In haar Ierse verhalen zijn er twee van elkaar losstaande gezinnen die een centrale plaats innemen, met name de Bagots en de Derdons. De twaalfjarige bruiloft (2017) is een bundeling van verhalen over het echtpaar Martin en Delia Bagot. Het afsluitende ‘Liefdesbronnen’ wordt algemeen beschouwd als een van Maeve Brennans sterkste vertellingen. Daarin zijn Martin en Delia overleden, wat Martins bejaarde tweelingzus Min Bagot de vrijheid geeft om haar kijk te geven op de aanloop naar haar broers huwelijk. Zij stelt scherp op Martin en Delia’s verschillende achtergrond. Dit verschil in komaf delen ze met Maeve Brennans eigen ouders. Net zoals haar vader is Martin Bagot opgegroeid in de kuststad Wexford, in een gezin dat het niet breed had. Delia Kelly is zoals Maeve Brennans moeder een telg van een best welvarende familie van buitenmensen die al generaties lang in een grote, witgepleisterde hoeve wonen in Oylegate, een twaalftal kilometer meer landinwaarts.

Levendig herinnert Min Bagot zich hoe merkwaardig ze de manier van converseren van haar schoonfamilie vond op haar broers huwelijksdag: ‘Ze spraken niet zoals Min dacht dat mensen spraken. Hier op het platteland weefden ze een web van namen en data en plaatsen. De doden werden met dezelfde stem vermeld als de levenden, zodat vaders en zusters en neven die al tientallen jaren dood waren en masse door het huis en de boomgaarden en tuinen hadden kunnen rondlopen en zichzelf thuis zouden kunnen voelen, net zoals altijd, […].’

In de verhalen over het doen en laten van Martin en Delia raakt Maeve Brennan subtiel de eenzaamheid aan die binnenskamers regeert. Het onbehagen blijft al bij al wel minzaam en alleszins minder bitter dan bij Maeve Brennans andere Ierse echtpaar, Hubert en Rose Derdon. Rose en Hubert zijn met de jaren gefixeerd geraakt op wat ze als de tekortkomingen van de ander ervaren en dat creëert een meer grimmige sfeer. Niet toevallig schreef Maeve Brennan, aldus haar redacteur William Maxwell, haar sterkste verhalen over dit koppel na haar echtscheiding.

De rozentuin

Maeve Brennans slepende verlangen naar een plek om thuis te komen, kleurt haar dagdroom in het inleidende fragment bij haar verhalenbundel De rozentuin. In dit voorwoord is ze op het strand van East Hampton. Het is warm ondanks de koele oceaanbries. Ze staat op het punt om terug naar huis te wandelen, met haar labrador Bluebell en de katten die meegekomen zijn. De wandeling loopt eerst door de duinen, dan langs een groot grasveld dat uitkomt bij een huis met een ommuurde rozentuin. Maar dan opent ze haar ogen en is ze waar ze is, in het drukkend hete New York City, ver weg van zee, zand en rozen. Slechts een milde aanval van heimwee, noemt ze deze dagdroom, mild omdat East Hampton maar een van de plekken is waar ze naar terugverlangt.

Net als in dit voorwoord speelt een ommuurde rozentuin ook in het titelverhaal van de bundel een belangrijke rol. ‘De rozentuin’ gaat over Mary Lambert – de moeder van Rose Derdon. Het huis waar ze woont is gemodelleerd naar de arbeiderswoning waar Maeve Brennans vader in Wexford opgroeide. Mary Lambert is een grote vrouw die trekkebeent en zich zo min mogelijk op straat vertoont uit angst voor de blikken van anderen. Voor de zondagse mis maakt ze een uitzondering, net als voor die ene dag per jaar waarop de kloosterzusters hun rozentuin openstellen voor bezoekers. De weelderige rozen in tal van roodtinten verbindt ze met hartstocht. In gedachten keert ze vanaf dag één na haar bezoek al terug naar het warme gevoel dat die plek bij haar oproept en tegelijk loopt ze in haar verbeelding alweer vooruit op de volgende keer dat ze er stilletjes mag wegdromen.

‘De rozentuin’ is het op handen zijnde werk, waar Maeve Brennans redacteur bij The New Yorker aan het eind van de jaren vijftig op zinspeelt in een brief aan een lezer die fan is van haar Herbert’s Retreat-verhalen en wil weten of er nog van in de maak zijn. Wanneer Maeve Brennan ter info een kopie van William Maxwells antwoordbrief krijgt, pent ze op de achterkant ervan een eigen fictieve repliek aan haar fan neer. Die begint als volgt:

‘Beste meneer Boyce, Het spijt me vreselijk u als eerste te moeten melden dat onze arme Miss Brennan overleden is. We hebben haar hoofd hier in het kantoor, boven aan de trap, waar ze rechts en links glimlachend altijd water placht te drinken uit haar eigen kleine papieren bekertje. Aan de voet van het hoofdaltaar in St. Patricks’ Cathedral schoot ze zichzelf op Vastenavond in de rug met behulp van een kleine handspiegel […] We zullen nooit weten waarom ze deed wat ze deed (zichzelf neerschieten), maar we denken dat het was omdat ze dronken was en hartzeer had.’

Hartzeer en heimwee vormen een refrein in het leven van Maeve Brennan, al slaagt ze er wel in om ook een luchthartige toets te geven aan haar melancholie. Het is die combinatie die er ook voor zorgt dat haar oeuvre een literair patchwork is waarin licht en donker elkaar afwisselen.

Meer weten en lezen over Maeve Brennan?

Benieuwd naar de boeken van Maeve Brennan? In het Nederlands werden de meeste van haar werken opnieuw uitgegeven door uitgeverij Athenaeum. De boeken zijn te bestellen via onze boekhandel Buchbar waarmee je de werking van ons literair platform steunt en ons de garantie geeft dat we nog heel lang artikelen kunnen publiceren.

Eerst de stijl van Maeve Brennan bewonderen? Eerder publiceerden we een kortverhaal van de Ierse schrijfster op ons literair platform naar aanleiding van het verschijnen van haar verhalenbundel De breedsprakige dame. Je kan het verhaal hier integraal en exclusief lezen.

Naar aanleiding van Maeve Brennans honderdste verjaardag in 2017 maakte de Ierse muzikante Emilie Conway een voorstelling rond het leven en werk van de schrijfster. Ze betrok er ook Angela Bourke bij, Maeve Brennans biografe.

De Iers-Canadese Emma Donoghue, bekend van haar roman Kamer (2010), wijdde in 2012 een theaterstuk aan Maeve Brennan en legt in deze video uit waarom ze de schrijfster bewondert.

Maeve Brennan verbleef aan het begin van de jaren zeventig als artist in residence op MacDowell, een domein in Peterborough in de staat New Hampshire, dat tot op vandaag bestaat. Op hun website vind je alles terug over de geschiedenis van het domein.