fbpx
Zoeken
Zoek binnen Karakters

Wat een hervertelling van Robinson Crusoë ons over canonisering leert: een duik in Mr. Foe en Mrs. Barton van J.M. Coetzee

De afgelopen jaren laaide het debat over de zin en de onzin van een literaire canon regelmatig op. Teksten die in een canon worden opgenomen, worden beschouwd als belangrijk om te begrijpen hoe onze literatuur en cultuur ontwikkeld zijn. Daarom zien voorstanders een canon als een basis voor culturele gemeenschapsvorming. Critici stippen dan weer aan dat in de canon witte, heteroseksuele mannen sterk oververtegenwoordigd zijn. Schrijvers en perspectieven die niet binnen dat plaatje passen worden hierdoor vergeten of soms zelfs bewust uitgesloten. Sommige critici schuiven daarom alternatieve canons naar voor en laten zien dat sommige teksten tot nu toe onterecht te weinig aandacht hebben gekregen.

De Zuid-Afrikaanse schrijver en Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee heeft in zijn literair werk herhaaldelijk gereflecteerd op het proces van canonisering en de mogelijkheden die dat een schrijver biedt. Het meest expliciet doet hij dat in zijn roman Mr. Foe en Mrs. Barton, waarin hij op ingenieuze wijze aan de haal gaat met het werk Daniel Defoe, de auteur van onder andere Robinson Crusoë en een klinkende naam in zowel de Engelstalige canon als die van de wereldliteratuur.

Het verhaal van Mr. Foe en Mrs. Barton

Mr. Foe en Mrs. Barton speelt zich af in de eerste helft van de achttiende eeuw. In het eerste deel van de roman vertelt Susan Barton het verhaal van haar verblijf op een onbewoond eiland. Daar kwam ze terecht nadat ze door muiters overboord was gezet van de boot waarmee ze van Brazilië naar Lissabon onderweg was. Op dit eiland ontmoet ze Robinson Cruso en zijn zwarte bediende Vrijdag. Meteen bij aanvang van het verhaal is het voor lezers duidelijk dat ze met een hervertelling van het klassieke Robinson Crusoë-verhaal te maken hebben. Daarbij vallen al snel een aantal betekenisvolle verschillen met de originele roman op. Op een eerste verschil komen we verderop in deze tekst nog uitgebreider terug, namelijk de aanwezigheid van Susan: in Defoe’s klassieker is er helemaal geen vrouwelijk hoofdpersonage aanwezig.

Een tweede belangrijk verschil is de manier waarop Vrijdag wordt beschreven. In het originele verhaal is Vrijdag een lokale wilde die weet te ontsnappen aan een groep kannibalen die op Crusoë’s eiland aanmeren. Coetzee’s Vrijdag is daarentegen een bevrijde zwarte slaaf en de lezer komt niet te weten waar hij precies vandaan komt. Bovendien is Vrijdag stom: zijn tong is uit zijn mond gesneden. Cruso vertelt Susan dat Vrijdags tong verwijderd werd door de slavenhandelaars, maar Susan blijft doorheen het hele verhaal twijfelen of het misschien niet Cruso zelf was die Vrijdags tong verwijderd heeft. Een bediende die niet terug kan praten is nu eenmaal makkelijk. Er is echter geen enkele manier om de waarheid te ontdekken: Vrijdag kan zijn verhaal en verleden niet aan Susan vertellen. Vrijdag gedraagt zich bovendien regelmatig op een manier die voor Susan onbegrijpelijk is. Zo voert hij allerlei rituelen uit die Susan compleet onbekend zijn. Vrijdag blijft dus een groot mysterie en omdat hij veroordeeld is tot zwijgen lijkt echte communicatie onmogelijk.

Susan, Vrijdag en Cruso worden uiteindelijk gered door een schip dat richting Engeland vaart. Cruso, die al gevloerd was door een ziekte op het moment van hun redding, overleeft de overtocht niet. Bij aankomst in Engeland komt Susan in contact met de schrijver Daniel Foe (de echte naam van Daniel Defoe) en vraagt ze hem het verhaal van haar tijd als schipbreukeling op het eiland van Cruso uit te schrijven. Aangezien ze een vrouw is, heeft ze immers geen literaire opleiding genoten en is ze dus niet vertrouwd met de literaire conventies die noodzakelijk zijn om haar levensverhaal in een romanvorm te gieten. Foe stemt ermee in om dat te doen, maar vooraleer hij kan beginnen schrijven verdwijnt hij: hij is op de loop voor zijn schuldeisers. Susan blijft echter talloze brieven naar Foe sturen, niet wetende of ze hem ooit zullen bereiken, en blijft bij hem aandringen haar verhaal te vertellen.

Ondertussen leeft Susan in Londen samen met Vrijdag, omdat ze vindt dat ze hem niet aan zijn lot kan overlaten in die grote stad die hem volledig vreemd is. Ze onderneemt eerst een naïeve poging om Vrijdag op een schip naar Afrika te zetten zodat hij terug kan keren naar zijn roots. Maar dat blijkt niet alleen een onmogelijke opgave omdat het onduidelijk is waar Vrijdag precies vandaan komt. Het is ook duidelijk is dat de kapitein die bereid is Vrijdag mee te nemen plant misbruik te maken van Vrijdags onmogelijkheid om te praten en hem terug tot slaaf te maken.

Daarnaast duikt plots ook een mysterieus meisje op dat claimt Susans verloren dochter te zijn. Susan ontkent dat echter en vermoedt dat Foe haar komst ensceneert. Susan was immers ooit naar Brazilië vertrokken omdat haar dochter ontvoerd was en ze haar wilde zoeken. Foe toonde grote belangstelling in dat verhaal. Wanneer Susan en Vrijdag hem uiteindelijk vinden in zijn schuilplaats, vraagt Foe haar steeds weer om het verhaal voorafgaand aan haar verblijf op het eiland te vertellen. Hij ziet het verblijf op het eiland immers maar als een klein deel van haar levensverhaal. Die vertelling zou starten met de zoektocht naar de verloren dochter en uiteindelijk eindigen met de hereniging van moeder en dochter. Susan is het daar echter volstrekt oneens mee: het verhaal van haar tijd op het eiland is voor haar het enige wat van belang is. Tegelijkertijd botst elke poging om het verhaal van het eiland te vertellen op de onmogelijkheid om Vrijdag te doorgronden. Susan beseft dat als ze Vrijdags verhaal niet kent, het verhaal van haar tijd op het eiland in zekere zin onaf en onvolledig is. Foe stelt Susan daarom voor Vrijdag te leren schrijven, maar Vrijdag tekent enkel mysterieuze tekeningen en eindeloze rijen o’s.

Op het einde van de roman neemt het verhaal een verrassende wending. Plots bevinden we ons een paar eeuwen later en neemt een onbekende verteller ons mee naar een gebouw waar een bordje aan de gevel aangeeft dat dit het huis van Daniel Defoe is geweest. In dat huis vindt de verteller de levenloze lichamen van Foe, Susan en Vrijdag. Het huis transformeert vervolgens in een schip op de bodem van de oceaan. Het is een plek waar geen woorden meer zijn en waar lichamen spreken. Dit is, zo stelt de naamloze verteller vast, het huis van Vrijdag.

Benieuwd naar de boeken waar we op Karakters over schrijven?

Bestel je boeken via onze onafhankelijke boekhandel Buchbar en schaf een ledenpas aan om altijd en op alle boeken 10% korting te krijgen. Buchbar is een gecureerde boekhandel en koffiebar in Antwerpen, waar je natuurlijk goede boeken vindt, zowel nieuw als tweedehands, maar ook lekkere lokale koffie en zelfgemaakt gebak. Buchbar is vijf dagen per week jouw tweede woonkamer met in de avonduren leesclubs, literaire avonden en boekpresentaties.

Bezoek

Vertellen is macht

Het mysterieuze einde van de roman roept veel vragen op. Maar de puzzel wordt wat helderder als we J.M. Coetzee’s roman naast Daniel Defoe’s werk leggen en focussen op de verschillen en de betekenissen ervan. Zoals eerder vermeld, is de aan- of afwezigheid van Susan een belangrijk verschil tussen de twee romans en speelt ook de verschillende manier waarop Vrijdag in beide verhalen gekarakteriseerd wordt een rol. Waar de aanwezigheid van Susan ons vooral mee confronteert, is de afwezigheid van een dergelijk vrouwelijk hoofdpersonage in Defoe’s roman. Hoewel vrouwen in de romans van de achttiende eeuw wel degelijk een hoofdrol kunnen spelen (zoals bijvoorbeeld in Defoe’s roman Roxana, die ook een van inspiratiebronnen is voor het verhaal van Susan in Coetzee’s roman), ontbreken vrouwen in romans die gaan over het beheersen van de natuur of primitieve culturen, zoals Robinson Crusoë. Wanneer we Coetzee’s roman bekijken als het achtergrondverhaal waaruit Defoe’s Robinson Crusoë uiteindelijk is voortgekomen, dan zien we dat Susans verhaal eigenlijk wordt aangepast en veranderd om te kunnen passen binnen de literaire conventies van de tijd. Doordat Susan uit haar eigen verhaal geknipt wordt, wordt duidelijk dat haar stem ongehoord blijft. Op die manier drukt het personage van Susan uit dat mensen wiens verhaal onverteld blijft – omdat ze bijvoorbeeld niet passen binnen de mainstream cultuur – onzichtbaar en ongehoord blijven.

Nog radicaler is echter is hoe Vrijdag ongehoord blijft. Vrijdag is letterlijk onhoorbaar, omdat hij geen tong meer heeft en dus niet het vermogen heeft om te spreken. Waar Susans verhaal nog de mogelijkheid biedt om aangepast en getransformeerd te worden om zo te passen binnen de verwachtingen van de cultuur, is een dergelijke aanpassing onmogelijk in het geval van Vrijdag. Vrijdag blijft een totaal mysterie: zijn gedachten, perspectief en verhaal blijven ontoegankelijk voor de lezer. Op die manier maakt Vrijdag de lezer bewust van een afwezigheid en doet hij de lezer ervaren dat bepaalde verhalen worden weggedrukt binnen de mainstream cultuur en binnen die cultuur simpelweg niet begrepen kunnen worden.

Dat maakt Mr. Foe en Mrs. Barton bovenal een verhaal over het vertellen van verhalen, een metaliteraire tekst. Het is een verhaal dat enerzijds duidelijk maakt dat het vertellen van verhalen met macht gepaard gaat, maar dat tegelijkertijd de zwakte laat zien van het dominante narratief dat niet in staat is een stem te geven aan wie er niet in past. In dat opzicht is het ook niet toevallig dat Daniel Defoe als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het literair realisme geldt en mee aan de wieg staat van de geboorte van de roman als literair genre. Door in het laatste deel van Mr. Foe en Mrs. Barton elke poging tot begrijpen en tot realisme los te laten, laat Coetzee op een ingenieuze manier zien dat het literair realisme en de roman als literair genre op haar grenzen botst wanneer het tracht te representeren wat niet in het geldende referentiekader past.

Op die manier confronteert Coetzee’s roman ons met vraag: hoe kunnen we een stem geven aan wie binnen de mainstream cultuur niet wordt gehoord? Moeten we, zoals in het geval van Susan, de verhalen die niet binnen het kader passen zodanig aanpassen dat ze dat wel doen? Of moeten we net erkennen, zoals het personage van Vrijdag suggereert, dat er buiten ons eigen denkkader iets ligt wat een heel andere manier van begrijpen veronderstelt?

Coetzee, die als auteur inmiddels ook al een canonieke status geniet, biedt ons via zijn roman dus een interessante manier om over de debatten van canonisering na te denken, zonder daarbij pasklare antwoorden te bieden. Wat bovendien interessant is, is dat het proces van canonisering niet bevraagd wordt door een pleidooi voor het afschaffen van elke vorm van canonisering of door een alternatieve canon naar voor te schuiven. Het bevragen gebeurt net door met de canon zelf in dialoog te gaan. Door een canoniek werk als uitgangspunt te nemen, te deconstrueren en de onderliggende conventies bloot te leggen, wordt duidelijk waarom bepaalde literaire auteurs onder- of oververtegenwoordigd zijn in de canon. Interessant is bovendien dat door het gesprek met de canon aan te gaan, Coetzee zich ook expliciet inschrijft in de literaire traditie. Op die manier ontstaat een heel genuanceerde verhouding tot de canon, waarbij het belang ervan erkend wordt en tegelijkertijd ook de onderliggende principes en uitsluitingsmechanismen erkend en getoond worden. Zo blijkt Coetzee’s inmiddels meer dan dertig jaar oude roman nog steeds verrassend actueel.

Meer weten en lezen?

Mr. Foe en Mrs. Barton verscheen in 1986 in het Engels als Foe. De Nederlandse vertaling is uitgegeven bij uitgeverij Cossee en werd vertaald door Peter Bergsma, de vaste vertaler van het werk van Coetzee.

Voor wie graag dieper in de achtergrond van J.M. Coetzee’s werk duikt is het boek J.M. Coetzee & the Ethics of Reading van de Zuid-Afrikaanse literatuurwetenschapper Derek Attridge zeer aan te bevelen. Dat boek verscheen in 2004 bij University of Chicago Press.

Op Karakters verscheen eerder al een artikel over J.M. Coetzee’s verhaal Dierenleven en in het overzicht met de belangrijkste avonturenromans gingen we al eens in op Defoe’s Robinson Crusoë.

Ook andere auteurs waagden zich net als J.M. Coetzee al eens aan een hervertelling van een canoniek werk. Voorbeelden hiervan zijn Kamel Daoud, die met Moussa of de dood van een Arabier een hervertelling schreef van Albert CamusDe vreemdeling en Jean Rhys, die met de literaire klassieker De wijde Sargasso zee het verhaal schreef van één van de nevenpersonages uit Charlotte Brontë’s Jane Eyre.

Wil je je verdiepen in de Zuid-Afrikaanse literatuur? We maakten een beknopt overzicht van de literatuur in een land met een turbulente geschiedenis.