Zoeken
Bekijk alle artikelen van
Watcharita Aroon

#Ophef over het Boekenweekthema: de balans opgemaakt

Op 14 juni 2018 maakte de CPNB bekend dat het thema van de Boekenweek 2019 ‘De moeder de vrouw’ wordt. Onmiddellijk ontstond er #ophef: een thema dat doet denken aan de jaren vijftig en dan ook nog eens twee mannelijke auteurs die de Boekenweek vertegenwoordigen? Karakters maakte de balans op en brengt de discussie in beeld.

Op 28 maart 2018 wordt tijdens De Wereld Draait Door bekendgemaakt dat Jan Siebelink het boekenweekgeschenk 2019 zal gaan schrijven. Geen vuiltje aan de lucht: een oude rot in het vak – ‘de bekroning van ruim veertig jaar schrijverschap’ – volgt een van de minst ervaren geschenkschrijvers Griet Op de Beeck op. Het thema van de Boekenweek zal later bekend gemaakt worden, samen met de schrijver van het boekenweekessay. Het staat los van het boekenweekgeschenk, dat geen rekening hoeft te houden met dit thema.

Op 7 mei 2018 blijkt Murat Isiks Wees onzichtbaar de winnaar van de Libris Literatuur Prijs te zijn. Karakters plaatste een artikel over de scheve verhoudingen man-vrouw onder de prijswinnaars de afgelopen 25 jaar. Ook nu was Marjolijn van Heemstra’s En we noemen hem het enige boek op de shortlist dat door én over een vrouw is geschreven. Dit is gebaseerd op de geschiedenis van grote literaire prijzen.

Diezelfde maand nog promoveert Corina Koolen op haar onderzoek naar de verschillen in waardering van vrouwelijke en mannelijke auteurs. Haar conclusies worden opgepakt door de grote kranten. De stereotypen die aan literatuur van vrouwelijke auteurs kleven, blijken niet te rijmen met de werkelijkheid maar tegelijkertijd wél invloed te hebben op de ontvangst van de boeken. Vrouwen worden als minder literair gezien, verkopen slechter en worden minder besproken. ‘Ten slotte slepen vrouwen minder literaire prijzen in de wacht.’ Het veroorzaakt geen ophef, maar veel zie-je-wels van (vrouwelijke) auteurs die dit al jaren roepen. (Opinie in Het Parool, uiteenzetting in NRC, interview in de Volkskrant)

Op 14 juni 2018 maakt de CPNB bekend dat Murat Isik het essay zal gaan schrijven en dat het thema van de Boekenweek 2019 ‘De moeder de vrouw’ is. ‘Twee identiteiten, zijn zij onlosmakelijk met elkaar verbonden?’, schrijft de CPNB. ‘Een relevante vraag waar je heel verschillend op kunt antwoorden; een onderwerp dat net zo veelzijdig is als dat er moeders en vrouwen zijn.’ Ze geven een aantal leestips, die allen betrekking hebben op moederschap, wijden geen uitleg aan het gedicht van Martinus Nijhoff of het tweede gedeelte van het thema.

Drie dagen later voegt de CPNB toe: ‘De bekendmaking van het Boekenweekthema deed wat stof opwaaien.’ Dat is nogal een understatement. De timing van de dit thema, zo vlak na het proefschrift van Koolen, is op zijn zachtst gezegd onhandig. Op de dag van de bekendmaking barst het los in de socialemediareacties. Sylvia Witteman vraagt Twitter of het niet raar is ‘dat een boekenweekessay met het thema “de moeder, de vrouw” door een mán wordt geschreven? Ik ken nogal wat vrouwen die ik hier graag over zou lezen…’ Jamal Ouariachi noemt het ‘een joekel van een gemiste kans’ en komt met een hele tirade aan tweets over de beslissing twee mannen te kiezen. Hij bedenkt onder andere ‘binnen 40 seconden’ veertien geschikte schrijfsters. Auteur Eva Meijer noemt het een viering van de male gaze. Boekhandel Savannah Bay, gespecialiseerd in genderstudies, roept vrouwelijke auteurs en moeders  (vrouw of man, sterk of zwak) op een alternatief geschenk of essay te schrijven. ‘Woest worden we van deze oudbolligheid [sic], en reuze feministisch als vanouds. Wij gaan de Boekenweek 2019 heel anders vieren.’

Een dag later is de commotie onderwerp van gesprek in alle grote kranten. De opmerkingen van critici (‘het lijkt wel de jaren vijftig’) worden tegenover die van de CPNB (‘zo is het niet bedoeld’) gezet. Het Parool, dat al een interview met Isik had gepubliceerd, haalt aan dat we nog verder in de tijd terug moeten voor een boekenweekgeschenk van een auteur met een migratieachtergrond. Op de website van de Volkskrant verschijnen twee opiniestukken. Schrijfster Beitske Bouwman roept op tot een boycot van de Boekenweek, omdat het thema zo conservatief is: ‘er zijn genoeg thema’s te benoemen die er werkelijk toe doen, die snakken naar een mooi verhaal … Maar nee, de wijze commissie meent dat het tijd is de vrouw wederom terug te brengen naar het aanrecht.’ Ianthe Mosselman bekritiseert de keuze voor een mannelijke auteur en hoe op de website van de Boekenweek alleen óver (anonieme) moeders geschreven wordt. Ze vindt dat de CPNB een grote kans heeft laten liggen, zeker na de conclusies van Koolen.

De CPNB heeft inmiddels via de Facebookpagina van de Boekenweek gereageerd op de stortvloed aan commentaar. Ze geeft aan veel vrouwelijke medewerkers te hebben: ‘het mt bestaat uit 5 vrouwen, de CPNB krijgt vanaf september een vrouwelijke directeur. Het thema is dan ook eerst en vooral een ode aan alle moeders, alle vrouwen.’ Ze zegt dat de kritiek gebaseerd is op ‘onjuiste aannames’ en accentueert juist de diversiteit van het thema. ‘Nergens zeggen wij dat een vrouw niet compleet is als zij geen moeder is.’ De nadruk wordt gelegd op de ‘leidende en bevrijdende’ rol van de vrouw, in het gedicht van Nijhoff en het werk van Isik. Over de keuze voor een mannelijke auteur in plaats van een vrouw wordt verder niets gezegd, wel verwijst de CPNB naar de website waarop veel boeken (van onder andere schrijfsters) over het brede onderwerp worden aangeraden.

17 juni 2018. De #ophef is niet bekoeld. Volgens de boze menigte heeft de CPNB het waar mogelijk nog erger gemaakt door de kritiek af te doen als een foute interpretatie. Zo’n driehonderd auteurs, uitgevers en andere mensen uit het vak ondertekenen een open brief waarin ze de organisator van de Boekenweek verwijten de genderongelijkheid binnen het vak te bevestigen. Ze herhalen de feiten die deze ongelijkheid bevestigen en vragen waarom de CPNB juist voor dit genderrolbevestigende onderwerp kiest en daarbij twee mannen aan het woord wil laten. ‘Alleen zonen over hun moeders laten horen, sluit naadloos aan op de pijnlijke traditie die de woorden van vrouwen negeert, en anderen voor hen laat spreken.’ De ondertekenaars hebben ook een oplossing: ze pleiten voor een gratis bundel, naast het geschenk en essay, ‘waarin vrouwen en mannen in essays, gedichten en romanfragmenten aan het woord komen over moeders en moederschap’. Ook willen ze dat de Boekenweek twee extra essays uitgeeft, één door een vrouw en één door een man, over het gedicht ‘Moeder’ van Vasalis. Onder de ondertekenaars bevinden zich namen als Abdelkader Benali, Hanna Bervoets, A.F.Th. van der Heijden, Geert Mak, Marita Mathijsen, en Saskia Noort.

Diezelfde dag wordt er een uitgebreidere reactie op de website van de Boekenweek geplaatst die de keuze voor Nijhoffs gedicht verder toelicht: ‘Een sterke vrouw aan het roer, dat was het beeld dat wij centraal wilden stellen, in geen enkel opzicht een of ander traditioneel of conservatief idee over de rol van de vrouw.’ Opnieuw wordt de nadruk gelegd op de verkeerd begrepen bedoelingen. ‘Wij willen graag dat deze discussie gevoerd wordt, ook in de Boekenweek.’ De auteurskeuze wordt ook beargumenteerd. Isiks Wees onzichtbaar (2017) bevat sterke moeders, en daarnaast zou hij een lezers- en boekhandelfavoriet zijn. ‘[H]et getuigt volgens ons juist van emancipatie dat een essay met het thema moeder niet per se door een moeder of een vrouw geschreven hoeft te worden.’ Maar de CPNB doet ook concessies. Ze geeft aan met de schrijvers van de brief in gesprek te willen, ‘om gezamenlijk tot een creatieve oplossing te komen.’

Nieuwsuur wijdt die avond een item aan de discussie, waarin zowel de CPNB (Esther Scholten) als kritische auteur (Jannah Loontjens) en expert (Koolen) aan het woord komen.  De cijfers worden genoemd: in de afgelopen twintig jaar schreven vier vrouwen het boekenweekgeschenk. Koolen legt uit dat schrijfsters minder literair prestige vergaren, ondanks het feit dat hun boeken weinig verschillen van die van mannelijke auteurs. Loontjens vindt dat de CPNB hier tegenin kon gaan, ‘maar op een of andere manier blijven die instituten heel erg hangen in zo’n ouderwets denkpatroon’. Scholten reageert dat de CPNB wel met de critici rond de tafel wil gaan om er ‘een hele goede Boekenweek van te maken waar inderdaad de stem van de vrouw goed gehoord wordt.’ Volgens Scholten was dat juist een van de redenen om dit thema te kiezen. Loontjens benadrukt daarop dat ze vooral structurele verandering willen zien, waardoor ‘de balans veel evenwichtiger wordt’. Ook maakt Nieuwsuur bekend dat er ‘een heel goede literaire vrouwelijke auteur voor het boekenweekgeschenk’ is gekozen.

In de week die volgt arriveren meer opiniestukken. Zo merkt Rob Schouten op 18 juni in Trouw op dat de CPNB er juist wel goed aan deed om een allochtone essayschrijver te kiezen, en dat de vorige twee boekenweekgeschenken al door een vrouw werden geschreven, maar ‘het blijft gek.’ En: ‘Misschien was het gedicht van Hanny Michaelis met de regels “Briljant filosoferend / over het leven liet ik / de aardappels verbranden” een beter motto geweest.’ Columnist Jan Smit van HP/De Tijd, zelf ook auteur, neemt het op voor de CPNB. Hij is kritisch op de ophef en schaart het commentaar van ‘de digitale moraalmaffia’ in het rijtje ‘roken, Zwarte Piet, de indianentooi, het urinoir, de Sleepwet en alcoholica’.

Op 19 juni verkondigt uitgeverij Das Mag, die sowieso niet verbonden is aan de CPNB, dat hun auteurs Maartje Wortel en Marjolijn van Heemstra een eigen bal zullen organiseren ‘met vrouwen, mannen, dieren, dingen en alles daartussen’, op dezelfde avond als het boekenbal dat de Boekenweek traditioneel inluidt. Ze hopen dat in ieder geval de ondertekenaars van de open brief aanwezig zullen zijn.

Op 17 juli, een maand na de petitie die inmiddels door 700 mensen is ondertekend, worden de uitkomsten van de onderhandelingen bekendgemaakt. De media zijn kritisch; het valt op dat het thema ongewijzigd blijft, net als Siebelink en Isik als auteurs. Maar de CPNB schrijft dat de andere partij dit ook niet als doel had. In overleg is wel een derde uitgave toegevoegd: een gedicht van een vrouwelijke auteur zal tevens gratis verkrijgbaar zijn tijdens de boekenweek. ‘Ook zal met de opstellers van de petitie én anderen de samenwerking worden gezocht om in boekhandel, bibliotheek en in de media, het thema van alle kanten te belichten.’ Daarnaast stelt de CPNB dat de man-vrouw-verhouding in de komende vijf jaar gelijk zal zijn, hoewel dat niet betekent dat de geschenk- en essayschrijver in hetzelfde jaar van het andere geslacht moeten zijn. En ze zullen met diversiteit in de brede zin rekening houden: ‘jonge en oude auteurs, en schrijvers met verschillende culturele achtergronden.’